Posts tonen met het label uilke carel willem tuinstra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uilke carel willem tuinstra. Alle posts tonen

woensdag 30 maart 2011

woensdag 2 februari 2011

Ongelukje, invaliditeitspensioen, en dan?

In november 1989 staat het volgende artikel in Aanéén, het orgaan van de AbvaKabo.
Uilke Tuinstra krijgt een ongelukje tijdens een voetbalwedstrijd. Een speler staat gebukt op het veld. Uilke loopt achteruit, valt over de speler, en komt ongelukkig op het veld terecht. Een klein ongelukje met grote gevolgen. Voor hem, maar ook voor zijn gezin.

__

Hieronder volgt het interview:


Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar kan grote gevolgen hebben. Wat betekent het als het ongelukje leidt tot gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid? Procedures, keuring, een ander leven, een zeer geringe kans op aangepast werk en een uitkering: invaliditeitspensioen, de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ambtenaren in het ABP.

“Het is een recht om een financieel onafhankelijk leven te kunnen leiden als je wilt werken, maar het kan en mag niet omdat je een handicap hebt.” Uilke Tuinstra krijgt een invaliditeitspensioen. Al zestien jaar. Tweeëndertig was hij toen hij voor honderd procent werd afgekeurd wegens een zenuwaandoening na een ongeluk.
“Je kunt er van leven, afhankelijk natuurlijk van wat je hebt verdiend. Want de uitkering wordt gebaseerd op het salaris dat je hebt verdiend één jaar voor je arbeidsongeschiktheid. Maar het wordt nooit hoger. De regering heeft er wel voor gezorgd dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering lager is geworden.”

In 1985 heeft het tweede kabinet Lubbers het maximale uitkeringspercentage voor de Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO) verlaagd van 80 naar 70 procent van het laatstverdiende salaris bij honderd procent arbeidsongeschiktheid.
Het invaliditeitspensioen wordt berekend naar de mate van invaliditeit (de invaliditeitsgraad). Om dat vast te stellen is een keuring nodig. Die kan zowel de werkgever als de werknemer aanvragen. Het is mogelijk dat na de keuring wordt vastgesteld dat betrokkene gedeeltelijk nog in staat is werk te verrichten. Dan wordt ook het uitkeringspercentage aangepast (lager) aan de invaliditeitsgraad. Werknemers zijn wettelijk verplicht aan de keuring mee te werken. Het is wel mogelijk om een herkeuring aan te vragen.

Keuring
De keuringen zijn doorslaggevend bij het bepalen van het uitkeringspercentage voor het invaliditeitspensioen. “De ervaringen met keuringen zijn nogal wisselend,” zegt Uilke Tuinstra. “Aan de ene kant worden mensen nogal gemakkelijk arbeidsongeschikt verklaard. Aan de andere kant hebben verschillende mensen ook heel vreemde ervaringen met de manier waarop door sommige artsen gekeurd wordt.” Uilke Tuinstra werd nogal bot behandeld toen hij gekeurd moest worden. “Die keuringsarts deed alsof ik de zaak zat te bedonderen. Hij was nota bene orthopeed, een bottendokter, terwijl ik een zenuwaandoening heb. Er is bezwaar aangetekend tegen die keuring. De procedure is toen verder behandeld door mijn neuroloog. Dat is wel a zestien jaar geleden. Nu zijn de keuringen bij het abp beter.”

Snel
Zoveel moeite mensen kunnen hebben om afgekeurd te worden wegens arbeidsongeschiktheid, zo gemakkelijk kunnen andere werknemers afgekeurd worden als ‘het net zo uitkomt’. Vooral ingeval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gaat het herplaatsingsbeleid mank. “Dan is men nogal eens snel met afkeuren” weet Uilke Tuinstra. Hij zit namens de FNV in de adviescommissie van het Gewestelijk Arbeidsbureau Sneek. Het GAB biedt hulp aan werkzoekenden. “Maar men weet niet wat men met gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan moet. De werkloosheid is zo hoog, mensen met een handicap komen bijna niet aan werk. Om die reden komen ze ook nauwelijks voor scholing in aanmerking.”

Beperkt
De mogelijkheden voor gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaarde mensen om aangepast werk te vinden zijn ook uiterst beperkt. De overheid heeft een paar jaar geleden vol goede moed wettelijk vastgesteld dat de overheid en bedrijfsleven per 1 juli 1989 gemiddeld 5% minder valide werknemers in dienst zou moeten hebben. Dat percentage haalt men bij lange na niet. “Er zijn ook geen sancties,” reageert Uilke Tuinstra. “Werkgevers moeten gedwongen worden aan die 5 procent norm te voldoen, anders gebeurt het niet. Het enige wat je nu kunt doen is een ontslagaanvraag tegenhouden van iemand die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard. Als lid van de GAB-commissie is mij dat een paar keer gelukt op basis van procedurefouten.”
De arbeidsongeschiktheidswet wordt niet zelden gebruikt om mensen weg te bezuinigen. “Werkgevers, ook bij de overheid, oefenen zelfs druk uit om je maar af te laten keuren,” zegt Uilke Tuinstra. “Ik ken het geval van iemand die negen maanden na een hartinfarct van zijn arts weer voor 50 procent mag gaan werken. Hij was chef-kok in een bejaardencentrum. Die zeiden: ‘Je kunt over tien jaar met de VUT, wat zou je je nu nog druk gaan maken’. De man wilde gewoon werken. We zijn naar die werkgever gegaan en ze moesten hem uiteindelijk voor 60 procent in dienst houden.”

Actief kaderlid
Uilke Tuinstra is actief kaderlid in de AbvaKabo-groep Uitkeringsgerechtigden. Volgens hem is een van de belangrijkste doelstellingen voor verbetering van de positie van invaliditeitsgepensioneerden het uitkeringspercentage weer naar tachtig procent te brengen. Daarvoor kan de bond zich inzetten. “De bondsgelederen moeten meer doordrongen worden van het belang van rechtvaardige uitkeringen,” vindt Uilke Tuinstra. “In de bondsraad leeft het onderwerp nog te weinig. De vakbond is altijd een bond voor werkenden geweest. We moeten iets in die cultuur veranderen. We gaan de regionale groepen voor uitkeringsgerechtigden opzetten. Vergaderingen worden nu al goed bezocht. De mensen voelen zich tekort gedaan en krijgen gelegenheid hun onvrede kenbaar te maken.” Veel verwacht Uilke Tuinstra van de instelling van een eigen landelijk groepsbestuur (LGB) Uitkeringsgerechtigden. “Het LGB is gerechtigd om eisen neer te leggen, die de AbvaKabo-onderhandelaars in het overleg kunnen inbrengen. Dat geeft ons de mogelijkheid echt iets te bereiken.”
(Aanéén 27 november 1989)

zondag 16 januari 2011

Zit het in de genen?


In mei 2010 word ik gebeld door mijn vader: "Of ik zin heb in een dubbelinterview?" De AbvaKabo zoekt voor een blaadje van hen ouders en kinderen die lid zijn van de vakbond. Een paar dagen later word ik gebeld door Annet Stuurman. Zij is redacteur van een aantal blaadjes van de AbvaKabo.
Ik zou gebeld worden op een maandagvond rond 8 uur. Ik wachten, maar er belt niemand. De volgende dag bel ik mijn vader op en hij zegt dat hij de avond ervoor gebeld is. Het wordt bij nader inzien toch geen dubbelinterview. Ik zal op een andere avond worden gebeld. Hij zegt wel dat het een geanimeerd gesprek was dat bijna een uur heeft geduurd.
Een week later word ook ik gebeld. Het is inderdaad een geanimeerd gesprek. Het duurt bijna een half uur. De interviewster, Jeanne Hoogers, zegt dat het enthousiasme waarmee ik vol passie over mens en maatschappij praat wel bijna in de genen moet zitten.


Voor het interview moeten ook foto's gemaakt worden. Er komt een professionele fotograaf uit Hengelo. Eric Brinkhorst maakt een afspraak en hij komt bij mij langs op een woendagmiddag. Hij maakt enkele mooie foto's van mij en mijn vader.

Nou maar wachten op het resultaat.

Goh, valt dat even tegen. Het is wel erg kort, maar de essentie komt wel over.




Het interview met Uilke en Erwin Tuinstra

Vader en zoon Tuinstra zijn allebei lid van AbvaKabo FNV. Beiden zijn meteen bij hun eerste baan lid geworden en daarna altijd lid gebleven. Zit het in de genen of is er een andere verklaring?

"Ik heb dat misschien van huis meegekregen"

Vader Uilke Tuinstra kreeg zijn eerste baan toen hij 15 was. "Dat was vlak na de oorlog. Mijn vader had het kamp overleefd en ik moest inspringen als oudste. Dus voor mij was het werken en 's avonds stap voor stap nog wat diploma's halen. Ik kom uit een rood nest. Toen ik begon met werken zei mijn vader: dan word je lid van de bond."


Zoon Erwin kreeg de kans om eerst een opleiding te volgen. In zijn eerste zaterdagbaantje, als postbesteller, kreeg hij meteen te horen dat hij maar lid moest worden van de bond, want de anderen waren het ook. "Ik was toen 19. In die tijd was de PTT bezig met de omschakeling naar verzelfstandiging. Voor het personeel een spannende tijd. Dus ik ben niet gestuurd door mijn vader."

Voor jezelf of voor elkaar
"Maar ik heb dat misschien wel van huis meegekregen", gaat hij verder. "Solidariteit vind ik nog belangrijk. Als je zelf ergens lid van bent, dan werken mensen voor jou. Ben je geen lid, dan ben je eigenlijk aan het profiteren van wat anderen doen." Vader Uilke besteedt als vrijwilliger een groot deel van zijn tijd aan de vakbond. "Ik heb altijd het beste uit mezelf willen halen. Na een ongeluk kon en mocht ik niet meer werken. Dan tel je ook niet meer mee. Ik ben me voor de vakbond gaan inzetten en lange tijd vice-voorzitter geweest van de sector uitkeringsgerechtigden. Ook voor mij persoonlijk was dat een uitkomst, want zo kon ik toch heel veel doen en meemaken."

Volgende generatie
Erwin komt, op weg naar zijn werk, elke dag langs het kantoor van zijn vakbond. "Er is wel eens een tijd geweest dat ik het leuk zou hebben gevonden om betaald bij de bond te werken. Maar ik ben niet aangenomen. Ik werk al lang en met veel plezier bij dezelfde werkgever, alleen heeft dat als nadeel dat men niet zo goed ziet dat je ook dan veel leert en je ontwikkelt."
Hij is zelf vader van jonge kinderen. "Ik leer ze dat je niet alles zomaar vanzelf krijgt. Dat het waardevol is om ergens naar toe te werken." Uilke heeft als vakbondsvrijwilliger veel contact met jongeren, hij leert weer van hen. "Jongeren maken zich druk over sociaal onrecht. Maar ze denken nog echt niet na over AOW of cao. Jongeren kijken naar de wereld. Daar moet de vakbeweging haar rol nemen en zich laten zien."