De wereld is klein
Mijn betovergrootvader Steven Tuinstra is in 1908 met zijn gezin verhuist van Sneek naar Enschede. Hier gingen ze werken in de textielindustrie. Ik ben ook nog geboren in Enschede, maar mijn ouders zijn weer teruggekeerd naar Friesland.
Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Lemmer. Aan de Vissersburen in Lemmer waren een heren- en een damesmodezaak met de naam Tuinstra.
In Lemmer ga ik voetballen bij VV Lemmer. In de jeugdelftallen voetbal ik vaak met Richard Tuinstra. Hij zit ook een klas hoger op de Meerpaal in Lemmer en later op het Prof. Ter Veenlyceum in Emmeloord.
Ik heb altijd gezegd dat deze Tuinstra's uit Lemmer geen familie van mij zijn.
Tijdens mijn stamboomonderzoek ontdek ik dat we in de verte toch familie van elkaar zijn. Eind 18e eeuw hebben we dezelfde voorvader. Alleen de voormoeder is een ander.
Tegenwoordig woont Richard in Aberdeen (North Carolina). Tijdens een vakantie in 1999 leert hij in New Orleans een Amerikaanse vrouw kennen. Een jaar later trouwt hij. Ze krijgen een dochter en een zoon.
Zijn ouders en broers wonen nog steeds in Nederland.
In de VS valt hij wel op met zijn "andere" uitspraak. Hij heeft dit mooi in beeld gebracht met Where is my accent from?
maandag 30 september 2013
vrijdag 5 juli 2013
Jett Rebel
Jett Rebel is de artiestennaam van Jelte Tuinstra.
Jelte Steven Tuinstra is geboren op 24 januari 1991 in Den Haag. Al op vrij jonge leeftijd verhuist hij naar Baarn. Hij groeit op in een zeer muzikale familie. Jelte blijkt aanleg te hebben voor muziek. Op 5-jarige leeftijd speelt hij al drums. Langzaam maar zeker breidt dit zich uit tot meerdere instrumenten. Ook zijn zangtalent blijft niet onontdekt.
Na jarenlang deel uit te hebben gemaakt van diverse bands (o.a. Bitter Lemon, Fubroz, The Zoo, Schoppenheer, Metro Mortale, The Souldiers en Valerius) gaat hij in 2013 op eigen benen te staan.
Het eerste tastbare resultaat is een EP met de titel 'Venus'. Jett Rebel laat hierop vooral zijn veelzijdigheid horen. Alle instrumenten en zang van de zeven songs heeft hij zelf ingespeeld. Leuke bijkomstigheid is dat de hoes is ontworpen door zijn vader, Steven Tuinstra.
Om live goed voor de dag te komen heeft hij een groep ervaren muzikanten om zich heen verzameld: Rick van Wort (drums), Joost van Dijck (gitaar) en Xander Vrienten (bas). In juli worden er nog twee achtergrondzangeressen (Amber Gomaa en Jessica Manuputty) toegevoegd voor de live-optredens. Aan het eind van september neemt Joost van Dijck afscheid. Zijn plaats wordt ingenomen door Lorijn von Piekartz.
In augustus 2013 wordt Jett Rebel 3fm Serious Talent. Regelmatig is hij te vinden op de Speelplaats van 3fm.
Ook op tv wordt hij langzaam maar zeker een bekende verschijning. Hij treedt op in De Wereld Draait Door, waar hij 1 minuut laat horen van 'Louise'. In oktober treedt hij op in Toppop3.
De eerste track op de EP 'Do you love me at all' verschijnt in juni 2013 op single. Het is een catchy song geworden die niet uit je hoofd verdwijnt. Op 7 juni 2013 komt de clip uit.
Op 15 juni wordt de single voor het eerst gedraaid op 3fm. De dj's die het liedje draaien zijn razendenthousiast. Superlatieven zijn niet van de lucht. Op 3fmfan.nl kun je precies zien hoe vaak en wanneer de song is gedraaid.
Meer informatie over optredens en dergelijke is te vinden op zijn eigen website
Opname tijdens 3fm freaknacht (20-07-2013)
Op 6 september 2013 lanceert Jett Rebel de 2e single en clip.
Op 22 november 2013 komt zijn tweede EP uit. Hier haalt Gerard Ekdom zelf een single vanaf. Tonight wordt opgepakt door 3fm. Ook treedt hij op bij 3fm Serious Request.
'Tonight' geïnspireerd op West Side Story. Jtt Rebel heeft zich voor 'Tonight' deels laten inspireren door de musical West Side Story. Hij wilde dezelfde vibe creëren als dé grote feestavond uit deze musical. Het liedje moet aanvoelen als een soort aankondiging of opening van iets, vertelt Jett Rebel op 9 januari aan Giel.
Fans kunnen in 2014 het eerste album verwachten van Jett Rebel. Hij vertelt dat er zo'n vijftig liedjes klaarliggen. Daar wordt uiteraard een selectie van gemaakt. Waarom zijn liedjes zo catchy zijn? Zijn vader heeft hem geleerd dat de beste liedjes klinken alsof ze al bestaan. Een wijze man, die vader van Jett Rebel. Hij heeft tevens de artwork ontworpen van EP Mars.
Op 10 januari 2014 wordt Tonight uitgeroepen tot 3fm megahit. Om die reden hoor je het liedje deze week extra vaak op 3FM.
Dit nummer wordt ook gebruikt in de film Hartenstraat van Sanne Vogel. Eind maart wordt bekend gemaakt dat hij ook de song voor de aftiteling van de Benelux-versie van Spiderman 2 heeft gemaakt
Ondertussen wordt hij nog genomineerd voor de Edison popprijs voor beste rockartiest en beste nieuwkomer en voor de 3fm-awards voor beste live-act, beste nieuwkomer en de Serious Talent-award.
Op maandag 31 maart 2014 wordt Jett Rebel met zijn eerste twee EP’s Mars en Venus winnaar in de categorie Nieuwkomer. Daarmee overklast hij de medegenomineerden Martin Garrix en Mr. Probz. Terwijl Jelte Tuinstra met deze Edison op een voetstuk wordt gezet, breekt Johnny de Mol het beeldje bij de overhandiging per ongeluk van zijn sokkel.
Het kan niet op. Op 8 april 2014 wint Jett Rebel de 3fm Serious Talent Award. Twee dagen later wint hij de award voor beste nieuwkomer.
Het festivalseizoen begint. In totaal zal Jett Rebel op 61 festivals spelen, waaronder Pinkpop en Lowlands.
Op 31 oktober 2014 brengt hij zijn eerste album uit, met de naam "Hits for kids". Maar het is geen album vol kinderliedjes. Met hits bedoelt hij deuntjes, liedjes of melodietjes die je met vrienden deelt. Het liedje dat je hebt met je meisje of het liedje dat je hebt op vakantie met je vrienden. Die nummers waarvan je tegen je vrienden zegt: dat is echt een hitje, echt ons liedje. Kids staat voor de kinderlijke impulsiviteit die in deze plaat de overhand neemt. Doen wat hij wil doen zonder na te denken over de consequenties of regels.
Het zijn dus liedjes voor vrije geesten. Liedjes voor mensen die zichzelf willen en durven zijn. De cover is gemaakt door Soesja Leugs.
Op 31 oktober 2014 komt ook de clip van "Pineapple Morning" uit.
In de korte tijd dat hij artiest is worden er al twee documentaires gemaakt. Harm Rieske maakt "Jett Rebel: ready for takeoff", waarmee hij afstudeert aan de Filmacademie. De documentaire verschijnt op 28 november 2014 op tv.
Tijdens IDFA 2014 zal de documentaire van Linda Hakeboom "Who the fuck is Jett Rebel" gedraaid worden.
Op 25 februari 2015 komt de clip uit van "Sunshine", de tweede single van "Hits for kids". De videoclip is weer gemaakt door Soesja Leugs.
Op 9 april 2015 wint hij de 3fm award voor beste live-act. Een mooiere prijs bestaat er niet voor iemand die leeft voor zijn muziek.
Het wachten is dan natuurlijk op de eerste live-cd, die eind juni uitkomt.
In 2015 heeft Jett Rebel op zo’n 65 festivals gespeeld. Onderweg met een 7-koppige band en het team. Meestal is het een groep van ongeveer 15 mensen, een grote familie. Dit jaar heeft hij ook veel bij de zuiderburen opgetreden. Hij is hier geweldig ontvangen.
In oktober houdt hij een theatertour. Een van de spannendste dingen die hij ooit gedaan heeft. Je moet namelijk ook tussen de nummers door het publiek vermaken met je verhalen. En laat dat nou niet altijd even goed gaan. Maar dat wordt weer goed gemaakt zodra hij een instrument pakt en zijn ding doet.
Op 30 december 2015 zal hij weer een optreden geven in de grote zaal van Paradiso. Het begint een soort traditie te worden.
Op 22 januari 2016 brengt Jelte zijn volgende album uit. Truck’ is het eerste van een drieluik, waarvan de volgende twee albums dit jaar nog zullen verschijnen. Er staan 27 nummers op, waarvan 7 korte experimentele overgangstracks. Hij heeft we weer voor gekozen om een album te maken zoals hij het zelf wil. Volgens sommige recensenten zou dit tot commerciële zelfmoord kunnen leiden.
Jett Rebel brengt zijn nieuwe nummer "Lucky boy" uit op 19 augustus 2016. Het wordt meteen gekozen tot 3fm megahit. Het is een lekker rock 'n roll-nummer geworden. Een week later brengt hij zijn tweede album in 2016 uit. Dit album heeft hij dan al in zijn geheel gespeeld op Lowlands. Hij heeft daar opgetreden als surprise-act onder de naam "Don't die on me now".
Op 3 september 2016 staat hij voor het eerst in de Mega Top 50. Hij komt binnen op nu
Op 13 januari 2017 brengt hij zijn derde album binnen een jaar uit.
Er volgt een periode met optredens is Duitsland en Spanje. Er zijn ook veel wisselingen in de band. Van de originele band is eigenlijk alleen Xander Vrienten over gebleven.
Op 9 maart 2018 komt Jelte met een nieuwe videoclip:
Zijn nieuwe album '7' wordt uitgebracht op 28 september 2018.
Jelte Steven Tuinstra is geboren op 24 januari 1991 in Den Haag. Al op vrij jonge leeftijd verhuist hij naar Baarn. Hij groeit op in een zeer muzikale familie. Jelte blijkt aanleg te hebben voor muziek. Op 5-jarige leeftijd speelt hij al drums. Langzaam maar zeker breidt dit zich uit tot meerdere instrumenten. Ook zijn zangtalent blijft niet onontdekt.
Na jarenlang deel uit te hebben gemaakt van diverse bands (o.a. Bitter Lemon, Fubroz, The Zoo, Schoppenheer, Metro Mortale, The Souldiers en Valerius) gaat hij in 2013 op eigen benen te staan.
Het eerste tastbare resultaat is een EP met de titel 'Venus'. Jett Rebel laat hierop vooral zijn veelzijdigheid horen. Alle instrumenten en zang van de zeven songs heeft hij zelf ingespeeld. Leuke bijkomstigheid is dat de hoes is ontworpen door zijn vader, Steven Tuinstra.
Om live goed voor de dag te komen heeft hij een groep ervaren muzikanten om zich heen verzameld: Rick van Wort (drums), Joost van Dijck (gitaar) en Xander Vrienten (bas). In juli worden er nog twee achtergrondzangeressen (Amber Gomaa en Jessica Manuputty) toegevoegd voor de live-optredens. Aan het eind van september neemt Joost van Dijck afscheid. Zijn plaats wordt ingenomen door Lorijn von Piekartz.
In augustus 2013 wordt Jett Rebel 3fm Serious Talent. Regelmatig is hij te vinden op de Speelplaats van 3fm.
Ook op tv wordt hij langzaam maar zeker een bekende verschijning. Hij treedt op in De Wereld Draait Door, waar hij 1 minuut laat horen van 'Louise'. In oktober treedt hij op in Toppop3.
De eerste track op de EP 'Do you love me at all' verschijnt in juni 2013 op single. Het is een catchy song geworden die niet uit je hoofd verdwijnt. Op 7 juni 2013 komt de clip uit.
Op 15 juni wordt de single voor het eerst gedraaid op 3fm. De dj's die het liedje draaien zijn razendenthousiast. Superlatieven zijn niet van de lucht. Op 3fmfan.nl kun je precies zien hoe vaak en wanneer de song is gedraaid.
Meer informatie over optredens en dergelijke is te vinden op zijn eigen website
Opname tijdens 3fm freaknacht (20-07-2013)
Op 6 september 2013 lanceert Jett Rebel de 2e single en clip.
Op 22 november 2013 komt zijn tweede EP uit. Hier haalt Gerard Ekdom zelf een single vanaf. Tonight wordt opgepakt door 3fm. Ook treedt hij op bij 3fm Serious Request.
'Tonight' geïnspireerd op West Side Story. Jtt Rebel heeft zich voor 'Tonight' deels laten inspireren door de musical West Side Story. Hij wilde dezelfde vibe creëren als dé grote feestavond uit deze musical. Het liedje moet aanvoelen als een soort aankondiging of opening van iets, vertelt Jett Rebel op 9 januari aan Giel.
Fans kunnen in 2014 het eerste album verwachten van Jett Rebel. Hij vertelt dat er zo'n vijftig liedjes klaarliggen. Daar wordt uiteraard een selectie van gemaakt. Waarom zijn liedjes zo catchy zijn? Zijn vader heeft hem geleerd dat de beste liedjes klinken alsof ze al bestaan. Een wijze man, die vader van Jett Rebel. Hij heeft tevens de artwork ontworpen van EP Mars.
Op 10 januari 2014 wordt Tonight uitgeroepen tot 3fm megahit. Om die reden hoor je het liedje deze week extra vaak op 3FM.
Dit nummer wordt ook gebruikt in de film Hartenstraat van Sanne Vogel. Eind maart wordt bekend gemaakt dat hij ook de song voor de aftiteling van de Benelux-versie van Spiderman 2 heeft gemaakt
Ondertussen wordt hij nog genomineerd voor de Edison popprijs voor beste rockartiest en beste nieuwkomer en voor de 3fm-awards voor beste live-act, beste nieuwkomer en de Serious Talent-award.
Op maandag 31 maart 2014 wordt Jett Rebel met zijn eerste twee EP’s Mars en Venus winnaar in de categorie Nieuwkomer. Daarmee overklast hij de medegenomineerden Martin Garrix en Mr. Probz. Terwijl Jelte Tuinstra met deze Edison op een voetstuk wordt gezet, breekt Johnny de Mol het beeldje bij de overhandiging per ongeluk van zijn sokkel.
Het kan niet op. Op 8 april 2014 wint Jett Rebel de 3fm Serious Talent Award. Twee dagen later wint hij de award voor beste nieuwkomer.
Het festivalseizoen begint. In totaal zal Jett Rebel op 61 festivals spelen, waaronder Pinkpop en Lowlands.
Op 31 oktober 2014 brengt hij zijn eerste album uit, met de naam "Hits for kids". Maar het is geen album vol kinderliedjes. Met hits bedoelt hij deuntjes, liedjes of melodietjes die je met vrienden deelt. Het liedje dat je hebt met je meisje of het liedje dat je hebt op vakantie met je vrienden. Die nummers waarvan je tegen je vrienden zegt: dat is echt een hitje, echt ons liedje. Kids staat voor de kinderlijke impulsiviteit die in deze plaat de overhand neemt. Doen wat hij wil doen zonder na te denken over de consequenties of regels.
Het zijn dus liedjes voor vrije geesten. Liedjes voor mensen die zichzelf willen en durven zijn. De cover is gemaakt door Soesja Leugs.
Op 31 oktober 2014 komt ook de clip van "Pineapple Morning" uit.
In de korte tijd dat hij artiest is worden er al twee documentaires gemaakt. Harm Rieske maakt "Jett Rebel: ready for takeoff", waarmee hij afstudeert aan de Filmacademie. De documentaire verschijnt op 28 november 2014 op tv.
Tijdens IDFA 2014 zal de documentaire van Linda Hakeboom "Who the fuck is Jett Rebel" gedraaid worden.
Op 25 februari 2015 komt de clip uit van "Sunshine", de tweede single van "Hits for kids". De videoclip is weer gemaakt door Soesja Leugs.
Op 9 april 2015 wint hij de 3fm award voor beste live-act. Een mooiere prijs bestaat er niet voor iemand die leeft voor zijn muziek.
Het wachten is dan natuurlijk op de eerste live-cd, die eind juni uitkomt.
In 2015 heeft Jett Rebel op zo’n 65 festivals gespeeld. Onderweg met een 7-koppige band en het team. Meestal is het een groep van ongeveer 15 mensen, een grote familie. Dit jaar heeft hij ook veel bij de zuiderburen opgetreden. Hij is hier geweldig ontvangen.
In oktober houdt hij een theatertour. Een van de spannendste dingen die hij ooit gedaan heeft. Je moet namelijk ook tussen de nummers door het publiek vermaken met je verhalen. En laat dat nou niet altijd even goed gaan. Maar dat wordt weer goed gemaakt zodra hij een instrument pakt en zijn ding doet.
Op 30 december 2015 zal hij weer een optreden geven in de grote zaal van Paradiso. Het begint een soort traditie te worden.
Op 22 januari 2016 brengt Jelte zijn volgende album uit. Truck’ is het eerste van een drieluik, waarvan de volgende twee albums dit jaar nog zullen verschijnen. Er staan 27 nummers op, waarvan 7 korte experimentele overgangstracks. Hij heeft we weer voor gekozen om een album te maken zoals hij het zelf wil. Volgens sommige recensenten zou dit tot commerciële zelfmoord kunnen leiden.
Jett Rebel brengt zijn nieuwe nummer "Lucky boy" uit op 19 augustus 2016. Het wordt meteen gekozen tot 3fm megahit. Het is een lekker rock 'n roll-nummer geworden. Een week later brengt hij zijn tweede album in 2016 uit. Dit album heeft hij dan al in zijn geheel gespeeld op Lowlands. Hij heeft daar opgetreden als surprise-act onder de naam "Don't die on me now".
Op 3 september 2016 staat hij voor het eerst in de Mega Top 50. Hij komt binnen op nu
Op 13 januari 2017 brengt hij zijn derde album binnen een jaar uit.
Er volgt een periode met optredens is Duitsland en Spanje. Er zijn ook veel wisselingen in de band. Van de originele band is eigenlijk alleen Xander Vrienten over gebleven.
Op 9 maart 2018 komt Jelte met een nieuwe videoclip:
Zijn nieuwe album '7' wordt uitgebracht op 28 september 2018.
zondag 23 juni 2013
De militaire loopbaan van Willem Tuinstra in Oost-Indië
Als Willem met de SS Utrecht naar Batavia vertrekt is de Atjeh-oorlog in volle gang. Atjeh is een onafhankelijk sultanaat in het noorden van Sumatra. Nadat Nederland van Groot-Brittannië de vrije hand heeft gekregen om op heel Sumatra op te treden (het Sumatra-traktaat) word besloten om de zeerovers te straffen die vanuit Atjeh opereren. Op 26 maart 1873 word Atjeh de oorlog verklaart en generaal-majoor Köhler voert een militaire expeditie uit.
Die actie loopt uit op een ramp. De Atjehers blijken zeer goed bewapend en getraind. Op 14 april word Köhler gedood en word de expeditie afgebroken. Maar in deze imperialistische tijd, waarin ieder westers land zoveel mogelijk koloniën probeert te verkrijgen, is er wel haast geboden. De sultan van Atjeh heeft namelijk ook contact met de Italianen en Amerikanen. Tijdens de tweede expeditie, onder generaal Van Swieten, word de kraton (het vorstenverblijf) van de sultan veroverd. Van Swieten verklaart zich hiermee de winnaar van het conflict, maar dat is te vroeg gejuicht. Het zal tot 1914 duren voordat er enige rust op Atjeh ontstaat, de Atjehers beweren zelf dat zij zich nooit hebben overgegeven.
Na een zeetocht van bijna drie maanden wordt Willem op 8 april 1888 gedebarkeerd te Batavia en geplaatst bij 6e bataljon Infanterie. Op 16 oktober 1888 wordt hij overgeplaatst bij het 2e bataljon infanterie. Bijna twee jaar later, op 26 juni 1890 wordt hij overgeplaatst bij het 8e bataljon infanterie.
Tot november 1890 moet hij zorgen voor de dekking van een onderzoek naar tinerts houdende gronden op Zuid-Flores. Bij deze expeditie vallen er vele doden en gewonden aan beide zijden.
Het eiland Flores behoort tot die streken, die worden gerekend tot de Nederlandse bezittingen, hoewel zij slechts indirect, en dan nog slechts ten dele, aan het Nederlandse gezag zijn onderworpen. Met drie inlandse vorsten worden door het Nederlands-Indische gezag tractaten gesloten, waarin onder andere de voorwaarden staan tot opsporing en exploitatie van ertsen en mijnen. Het middelste gedeelte van het eiland Flores maakt geen deel uit van een deze vorstendommen en is tot dan toe geheel onafhankelijk. Dit gebied wordt bewoond door de Roccas. Met het Nederlandse gezag zijn de Roccas nooit in aanraking geweest en dit zal waarschijnlijk ook nooit gebeurd zijn als enkele particulieren niet met het gerucht komen dat er tinerts in het Rocca-gebied is.
Vreemd genoeg laat de Nederlands-Indische regering eind 1889 het onderzoek naar de juistheid van dit bericht niet over aan deze particulieren maar besluit zij zelf naar tin te gaan zoeken. De ingenieur Van Schelle wordt met een escorte van gewapende politiedienaren naar het Rocca-gebied gezonden om het onderzoek in te stellen. Dit gebeurt zonder enig overleg met de Roccas. De bevolking toont zich aanvankelijk niet vijandig. Toch wordt een paar dagen na zijn aankomst de ingenieur door een gewapende troep aangevallen. Gelukkig zijn er maar een paar lichtgewonden.
Het geschonden prestige eist wraak: een militaire expeditie word uitgezonden. Aanvankelijk land er slechts één compagnie op Flores maar reserves worden gereed gehouden op Timor en Makassar.
Al zeer spoedig moeten ook die reserves te hulp komen. Het bergachtig terrein, door de Roccas bewoond, blijkt voor onze troepen moeilijk toegankelijk. De Roccas blijken dappere strijders. Er komen nog meer troepen. Een geheel bataljon en artillerie moeten van Java komen. Vooral het granaatvuur van de artillerie maakt indruk. De Roccas geven zich over. Hiermee is het nog niet over.
Militaire colonnes, waaraan de naam tin-patrouilles word gegeven trekken dieper het land in. De vijandelijkheden steken weer de kop op. Er wordt weer gevochten en dorpen worden afgebrand. Er wordt veel gemoord en geplunderd door Timorese koppensnellers die in dienst zijn van de Nederlands-Indische regering. Ook aan Nederlandse zijde vallen er doden en gewonden. En dit alles om een gerucht op de aanwezigheid van tinerts. Een gerucht dat nooit bewezen is.
Op 16 april 1891 wordt Willem overgeplaatst naar het Afrikaans Rekruten Korps.
Tussen 1831 en 1872 werft het Nederlands-Indische leger ruim 3.000 soldaten op de West-Afrikaanse Goudkust, het tegenwoordige Ghana. De Afrikaanse soldaten worden beschouwd als deel van het Europese contingent van het leger. Zij gelden als dapper en onvermoeibaar, maar ook als driftig, opvliegend en zeer brutaal. Enerzijds voelen zij zich verheven boven de inlandse bevolking, anderzijds voelen zij een zekere verwantschap.
Op 13 juli 1891 wordt Willem scherpschutter. Op 26 februari 1892 wordt hij teruggesteld tot gewoon schutter. Een maand eerder, op 27 januari 1892 wordt hij overgeplaatst naar het 14e bataljon infanterie. Vlak daarna, op 23 februari 1892 naar het Garnizoensbataljon van Atjeh en onderhorigheden. Hier verricht hij allerlei krijgsverrichtingen.
Op 14 april 1893 wordt hij overgeplaatst bij het 4e depot bataljon. Hier ondergaan soldaten een verdere training voordat zij geplaatst worden bij een ander onderdeel. Drie maanden later, op 25 juli 1893, naar het 17e bataljon infanterie.
Op 27 juli 1893 wordt aan Willem de bronzen medaille zonder gratificatie (Medaille voor Moed en Trouw dapperheidsmedaille) toegekend.
Op 7 april 1894 is hij ter pasportering in Nederland overgegaan bij het substitenten kader in Padang. ELf dagen later, op 18 april 1894, wordt het paspoort naar Nederland toegestaan. Tevens wordt een certificaat van goed gedrag uitgereikt.
Op 19 mei 1894 vertrekt Willem met het stoomschip Burgemeester den Tex richting Nederland.
Op 23 juni 1894 monstert hij af in Amsterdam.
Een half jaar later, op 8 januari 1895, wordt Willem vrijwillig geëngageerd als sergeant voor 6 jaren bij het leger, zowel in als buiten Europa met f 300,- premie, waarvan f 50,- is uitbetaald en f 250,- in 's Rijks postspaarbank ingelegd.
Op 12 december 1895 ontvangt hij bij Koninklijk Besluit d.d. 12-12-1893, no. 11 wegens lichaamsgebreken, niet ontstaan in- en door de dienst, toegekend een voortdurend gagement ad f. 286,- 's jaars
Op 25 december 1895 wordt hij in het genot van gagement gesteld.
Die actie loopt uit op een ramp. De Atjehers blijken zeer goed bewapend en getraind. Op 14 april word Köhler gedood en word de expeditie afgebroken. Maar in deze imperialistische tijd, waarin ieder westers land zoveel mogelijk koloniën probeert te verkrijgen, is er wel haast geboden. De sultan van Atjeh heeft namelijk ook contact met de Italianen en Amerikanen. Tijdens de tweede expeditie, onder generaal Van Swieten, word de kraton (het vorstenverblijf) van de sultan veroverd. Van Swieten verklaart zich hiermee de winnaar van het conflict, maar dat is te vroeg gejuicht. Het zal tot 1914 duren voordat er enige rust op Atjeh ontstaat, de Atjehers beweren zelf dat zij zich nooit hebben overgegeven.
Na een zeetocht van bijna drie maanden wordt Willem op 8 april 1888 gedebarkeerd te Batavia en geplaatst bij 6e bataljon Infanterie. Op 16 oktober 1888 wordt hij overgeplaatst bij het 2e bataljon infanterie. Bijna twee jaar later, op 26 juni 1890 wordt hij overgeplaatst bij het 8e bataljon infanterie.
Tot november 1890 moet hij zorgen voor de dekking van een onderzoek naar tinerts houdende gronden op Zuid-Flores. Bij deze expeditie vallen er vele doden en gewonden aan beide zijden.
Het eiland Flores behoort tot die streken, die worden gerekend tot de Nederlandse bezittingen, hoewel zij slechts indirect, en dan nog slechts ten dele, aan het Nederlandse gezag zijn onderworpen. Met drie inlandse vorsten worden door het Nederlands-Indische gezag tractaten gesloten, waarin onder andere de voorwaarden staan tot opsporing en exploitatie van ertsen en mijnen. Het middelste gedeelte van het eiland Flores maakt geen deel uit van een deze vorstendommen en is tot dan toe geheel onafhankelijk. Dit gebied wordt bewoond door de Roccas. Met het Nederlandse gezag zijn de Roccas nooit in aanraking geweest en dit zal waarschijnlijk ook nooit gebeurd zijn als enkele particulieren niet met het gerucht komen dat er tinerts in het Rocca-gebied is.
Vreemd genoeg laat de Nederlands-Indische regering eind 1889 het onderzoek naar de juistheid van dit bericht niet over aan deze particulieren maar besluit zij zelf naar tin te gaan zoeken. De ingenieur Van Schelle wordt met een escorte van gewapende politiedienaren naar het Rocca-gebied gezonden om het onderzoek in te stellen. Dit gebeurt zonder enig overleg met de Roccas. De bevolking toont zich aanvankelijk niet vijandig. Toch wordt een paar dagen na zijn aankomst de ingenieur door een gewapende troep aangevallen. Gelukkig zijn er maar een paar lichtgewonden.
Het geschonden prestige eist wraak: een militaire expeditie word uitgezonden. Aanvankelijk land er slechts één compagnie op Flores maar reserves worden gereed gehouden op Timor en Makassar.
Al zeer spoedig moeten ook die reserves te hulp komen. Het bergachtig terrein, door de Roccas bewoond, blijkt voor onze troepen moeilijk toegankelijk. De Roccas blijken dappere strijders. Er komen nog meer troepen. Een geheel bataljon en artillerie moeten van Java komen. Vooral het granaatvuur van de artillerie maakt indruk. De Roccas geven zich over. Hiermee is het nog niet over.
Militaire colonnes, waaraan de naam tin-patrouilles word gegeven trekken dieper het land in. De vijandelijkheden steken weer de kop op. Er wordt weer gevochten en dorpen worden afgebrand. Er wordt veel gemoord en geplunderd door Timorese koppensnellers die in dienst zijn van de Nederlands-Indische regering. Ook aan Nederlandse zijde vallen er doden en gewonden. En dit alles om een gerucht op de aanwezigheid van tinerts. Een gerucht dat nooit bewezen is.
Op 16 april 1891 wordt Willem overgeplaatst naar het Afrikaans Rekruten Korps.
Tussen 1831 en 1872 werft het Nederlands-Indische leger ruim 3.000 soldaten op de West-Afrikaanse Goudkust, het tegenwoordige Ghana. De Afrikaanse soldaten worden beschouwd als deel van het Europese contingent van het leger. Zij gelden als dapper en onvermoeibaar, maar ook als driftig, opvliegend en zeer brutaal. Enerzijds voelen zij zich verheven boven de inlandse bevolking, anderzijds voelen zij een zekere verwantschap.
Op 13 juli 1891 wordt Willem scherpschutter. Op 26 februari 1892 wordt hij teruggesteld tot gewoon schutter. Een maand eerder, op 27 januari 1892 wordt hij overgeplaatst naar het 14e bataljon infanterie. Vlak daarna, op 23 februari 1892 naar het Garnizoensbataljon van Atjeh en onderhorigheden. Hier verricht hij allerlei krijgsverrichtingen.
Op 14 april 1893 wordt hij overgeplaatst bij het 4e depot bataljon. Hier ondergaan soldaten een verdere training voordat zij geplaatst worden bij een ander onderdeel. Drie maanden later, op 25 juli 1893, naar het 17e bataljon infanterie.
Op 27 juli 1893 wordt aan Willem de bronzen medaille zonder gratificatie (Medaille voor Moed en Trouw dapperheidsmedaille) toegekend.
Op 7 april 1894 is hij ter pasportering in Nederland overgegaan bij het substitenten kader in Padang. ELf dagen later, op 18 april 1894, wordt het paspoort naar Nederland toegestaan. Tevens wordt een certificaat van goed gedrag uitgereikt.
Op 19 mei 1894 vertrekt Willem met het stoomschip Burgemeester den Tex richting Nederland.
Op 23 juni 1894 monstert hij af in Amsterdam.
Een half jaar later, op 8 januari 1895, wordt Willem vrijwillig geëngageerd als sergeant voor 6 jaren bij het leger, zowel in als buiten Europa met f 300,- premie, waarvan f 50,- is uitbetaald en f 250,- in 's Rijks postspaarbank ingelegd.
Op 12 december 1895 ontvangt hij bij Koninklijk Besluit d.d. 12-12-1893, no. 11 wegens lichaamsgebreken, niet ontstaan in- en door de dienst, toegekend een voortdurend gagement ad f. 286,- 's jaars
Op 25 december 1895 wordt hij in het genot van gagement gesteld.
zondag 24 februari 2013
Medeplichtig aan doodslag
Op hemelvaartsdag 20 mei 1909 wordt er in Sneek een grote internationale kaatswedstrijd gehouden tussen Belgen en Friezen. De wedstrijd wordt georganiseerd door de kaatsvereniging "Sneek". Deze wedstrijden worden met grote belangstelling gevolgd. De Friezen behalen de overwinning.

Na afloop van de kaatswedstrijd gaan de vrienden Ale Visser (19 jaar; boerenknecht), Siebolt Tuinstra (18 jaar; stoker), Wiert Jansen (18 jaar; sjouwerman) en Anne Schuring (18 jaar; pakhuisknecht) nog even op cafébezoek. In het café krijgen ze een woordenwisseling over een of meerdere meisjes met Jan Lemstra (24 jaar; schoenmaker en postbesteller). Er worden enkele dreigementen geuit.
De internationale kaatswedstrijd heeft Sneek veel drukte met zich meegebracht en het is al laat in de avond, als de naklanken van het feestrumoer zich nog in de straten laat horen, waar het surveilleren van de politie al spoedig niet overbodig blijkt te zijn.
Omstreeks 23.00 uur loopt de winkelbediende Theunis Sterk met zijn vriend Van de Horst in de Galigastraat, in de richting van Leeuwenburg. Vier personen, van wie Sterk de indruk krijgt dat zij wel een paar borrels op hebben gaan denzelfde kant uit. Het zijn Ale, Siebolt, Wiert en Anne. Zij worden ingehaald door Jan Lemstra, die achter hen aanloopt en voorbij gaat.
"Dat is 'm", zegt Siebolt, denkent aan de ontmoeting met Lemstra op diezelfde avond, waarbij er een woordenwisseling tussen hen is ontstaan. En hij laat er volgens getuige Sterk, direct op volgen: "Straks wou je mij hebben, nu kan je mij krijgen."
Dan begint ook Anne strijdlustig te worden. Onder het uiten van de woorden: "Willen we hem hebben, dan zullen we hem hebben", schiet hij vooruit en houdt Lemstra tegen. Deze wenst ongemoeid te worden gelaten en duwt daarom Anne van zich af, maar op hetzelfde ogenblik wordt hem door alle vier de weg versperd en er begint een kloppartij, waarbij Lemstra zowel slagen uitdeelt als ontvangt.
Deze schermutseling wordt ook gezien door de schilder Jan Koopmans, die met zijn vriend De Jong eveneens in of ter hoogte van de Galigastraat aan het wandelen is.
Lemstra zeht uiteindelijk: "Nou zulle we maar uitscheide; vier tegen één is moorden." Hij wordt een ogenblik losgelaten en doet een paar stappen naar de hoek van de Galigastraat, als plotseling Ale, die inmiddels een vuistslag op zijn oog heeft gekregen, hem weer aanvalt en hem met een zijwaartse beweging een kraohtige slag in de zij toebrengt.
Koopmans hoort een dof geluid en Lemstra loopt met opgeheven handen de straat uit, roepend: "0, ik ga dood! ik ga dood!". Getuige Sterk merkt nog op, dat hij hevig bloedt.
Inmiddels heeft het rumoer de aandacht van de politie getrokken. De agenten De Leeuw en Elzenga, die in de Galigastraat surveilleren, snellen het eerst toe en ondersteunen Lemstra die wankelt en voor Leeuwenburg ineenzakt. De Leeuw heeft nog gezien, dat Ale zich van Lemstra verwijdert en hem geboden, een andere kant uit te gaan. Hij zorgt er ook voor, dat zijn bevel word opgevolgd. Maar als hij, bij collega Elzenga terugkomend, bemerkt, wat er gebeurd is, gaat hij Ale direct weer achterna, om hem te arresteren, wat hem op de Harinxmakade lukt.
Kort na de noodlottige aanslag arriveren ook de wachtmeester van de marechaussee J. Prijs em agent De Boer ter plekke. Zij zijn door het geschreeuw van een vrouw gewaarschuwd dat er zich een ernstig feit afspeelt in de buurt. Ze vinden Lemstra hevig bloedend op straat met een wond in zijn zij. Er valt geen ogenblik te verliezen. Wachtmeester Prijs laat direct een dokter oproepen en brengt het slachtoffer per brancard naar het politiebureau. Toen gaf het slachtoffer nog maar weinig levenstekens en de komst van arts Hertzberger mag hem niet baten. Lemstra sterft aan verbloeding; zijn dood is onvermijdelijk.
Nog dezelfde avond verhoort de wachtmeester de vermoedelijke dader. Deze heeft, na door agent De Leeuw gearresteerd te zijn, geprobeerd, stilletjes iets uit zijn broekzak te moffelen. Maar de politieman merkt het op, grijpt Ale bij de pols en zegt: "Dat moet ik maar hebben." Het is een soort slagersknipmes, met een hecht, waar houvast aan zat en een groot lemmet, vlijmscherp geslepen. De Leeuw overhandigt het mes aan Prijs. Ale bekent Lemstra met opzet een steek in de zij te hebben toegebracht.
En op een plaats, waar het nog al aankomt, merkt de wachtmeester op.
"Ja", antwoordt Ale, "natuurlijk in de buurt van 't hart, dan ben je gauw doodgebloed." Het is een zonderling antwoord, maar Prijs durfte er niet de conclusie uit te trekken, dat Ale Lemstra met opzet heeft willen doden.
Het lijk van het slachtoffer blijft op het politiebureau, tot in de middag van de volgenden dag de rechter-commissaris en de officier van justitie uit Leeuwarden, vergezeld van arts P.H. van Eden aldaar, arriveren. Laatstgenoemde en dr. Bouma te Sneek verrichten, in aanwezigheid van Justitie, het onderzoek. Bij verwijdering van de kleren blijkt, dat deze geheel met bloed zijn doordrenkt. De jas vertoont aan de linkerzijde, op 14 centimeter afstand van de mouw, een snee met een lengte van 17 centimeter, lopende van achterboven naar voorbeneden. Dit gat correspondeert met de gaten in vest en onderkleren, en ook met een gapende wond in de rug, tussen de achtste en negende rib. Bij de opening van het lijk wordt in de kwab van de linkerlong een wond van ongeveer 4 centimeter diepte en 5 centimeter lengte aangetroffen. Bij het toebrengen van den steek is een groot bloedvat in de linkerlong geraakt, zodat door de verbloeding de dood onvermijdelijk gevolg moet zijn. De direct ingeroepen heelkundige hulp heeft dit niet kunnen voorkomen, is het oordeel van de deskundige. Uit den aard van de wond kan worden geconcludeerd, dat de steek met kracht moet zijn toegebracht.
Er zijn bij de rechtzitting weinig getuigen nodig en het verhoor van de beklaagden verloopt ook vrij spoedig. Ale probeert zich een ogenblik dom te houden; maar de President herinnert hem aan zijn bekentenis, voor de Rechter-commissaris afgelegd en dan spartelt hij niet meer tegen.
Er volgt een verhaal van de eerste ontmoeting met Lemstra, die met een paar meisjes loopt. Hoe Siebolt gekheid met die meisjes maakt, waarover de verslagene gebelgd is, zodat hij het viertal uitscheld voor snotneuzen of kwajongens. Hoe daaruit een woordenwisseling is ontstaan en hoe beklaagden daarna de herberg bezoeken, waaruit zij eenigszins opgewonden, maar niet dronken, op straat terugkeren. Dan wil het noodlot, dat zij Lemstra wéér ontmoeten. Driftig geworden, omdat deze hem slaat, heeft Ale het mes gegrepen en gestoken, met kracht gestoken, niet met de bedoeling, om te doden, maar wel, om te raken.
"En heb je daar nu geen vreselijk berouw van?" vraagt de President. "Mij dunkt, je moet haast niet meer kunnen slapen en die dode man altijd voor je zien staan." Ale antwoordt daar niet op. Zijn drie medebeklaagden bekennen, aan de vechtpartij deelgenomen en Lemstra geslagen te hebben, maar Siebolt ontkent, het slachtoffer te hebben toegevoegd: "straks wou je mij hebben, nu kan je mij krijgen." Eveneens bestrijdt Anne de bewering, dat hij Lemstra heeft tegengehouden. Volgens laatstgenoemde beklaagde had Ale een week te voren in de herberg ook al eens in woede het mes getrokken en daarmee in de muur gesneden.
De Officier van Justitie, mr. Enderlein, heeft niet veel te zeggen, omdat de feiten, hoe ernstig dan ook, van vrij eenvoudige aard zijn. Vast staat, dat alle vier beklaagden aan de vechtpartij hebben deelgenomen. Zij zijn begonnen, met Lemstra te hinderen en als de man zich daarover boos maakt, hen kwajongens noemt, hebben ze later opnieuw ruzie met hem gezocht. Enderlein wil aannemen, dat de ernstige gevolgen niet in hun bedoeling hebben gelegen, althans niet in de bedoeling van de drie laatste beklaagden. Maar nu de vechtpartij de dood van Lemstra als gevolg heeft, zijn alle vier, op grond van het Wetboek van Strafrecht, daarvoor aansprakelijk. Eis: Ale 8 jaar, de drie anderen ieder 8 maanden gevang.
__
De verdediger van de eerste beklaagde, mr. M.E. Hepkema te Leeuwarden, begint met zijn leedwezen over het gebeurde uit te spreken. Hij vindt dat de beklaagde niet kan worden veroordeeld wegens zware mishandeling, de dood tengevolge hebbende, waarop een maxiniumstraf staat van tien jaar, maar alleen wegens mishandeling met dodelijke afloop, waarop hoogstens zes jaar staat.
Voor zware mishandeling is volgens Hepkema nodig het opzet bij de dader om een ander zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, en dit zwaar lichamelijk letsel moet dus ook werkelijk bestaan hebben, wil men krachtens artikel 302, het artikel van de zware mishandeling, veroordelen, en daarnaast dan de dood als niet bedoeld gevolg; het zwaar lichamelijk letsel moet zijn te onderkennen geweest van het dodelijke gevolg; dit gevolg alleen toch maakt het toegebrachte letsel niet tot zwaar letsel. Is dit zo, dan zal gewone mishandeling met dodelijke afloop, strafbaar gesteld bij artikel 300, niet bestaan.
Nu moet Hepkema wel toegeven, dat een feit, waarop zes jaar staat, een ernstig feit blijft; maar beklaagde heeft te veel de schijn tegen zich. Er is vooraf ook geen complot gesmeed, wat inderdaad een ernstig karakter aan het feit zal hebben gegeven. Alles tezamen genomen, wat Hepkema van zijn cliënt weet, hij wil wel, dat de rechtbank even goed op de hoogte is geeft hem de overtuiging, dat een clemente straf alleszins voldoende zal zijn. Met vertrouwen ziet hij de uitspraak van de Rechtbank tegemoet.
Het vonnis
De Rechtbank veroordeelt Ale V., 19 jaar, boerenknecht te Sneek, thans gedetineerd, wegens zware mishandeling de dood tengevolge hebbende van J. Lemstra tot vijf jaar gevangenisstraf.
De 18-jarige Siebolt T., stoker, de 18-jarige Wiert J., sjouwerman en de 18-jarige Anne S., pakhuisknecht, allen te Sneek worden voor het deelnemen aan een algemene vechtpartij, de dood van Lemstra tengevolge hebbende veroordeeld tot 2 maanden.

Na afloop van de kaatswedstrijd gaan de vrienden Ale Visser (19 jaar; boerenknecht), Siebolt Tuinstra (18 jaar; stoker), Wiert Jansen (18 jaar; sjouwerman) en Anne Schuring (18 jaar; pakhuisknecht) nog even op cafébezoek. In het café krijgen ze een woordenwisseling over een of meerdere meisjes met Jan Lemstra (24 jaar; schoenmaker en postbesteller). Er worden enkele dreigementen geuit.
De internationale kaatswedstrijd heeft Sneek veel drukte met zich meegebracht en het is al laat in de avond, als de naklanken van het feestrumoer zich nog in de straten laat horen, waar het surveilleren van de politie al spoedig niet overbodig blijkt te zijn.
Omstreeks 23.00 uur loopt de winkelbediende Theunis Sterk met zijn vriend Van de Horst in de Galigastraat, in de richting van Leeuwenburg. Vier personen, van wie Sterk de indruk krijgt dat zij wel een paar borrels op hebben gaan denzelfde kant uit. Het zijn Ale, Siebolt, Wiert en Anne. Zij worden ingehaald door Jan Lemstra, die achter hen aanloopt en voorbij gaat.
"Dat is 'm", zegt Siebolt, denkent aan de ontmoeting met Lemstra op diezelfde avond, waarbij er een woordenwisseling tussen hen is ontstaan. En hij laat er volgens getuige Sterk, direct op volgen: "Straks wou je mij hebben, nu kan je mij krijgen."
Dan begint ook Anne strijdlustig te worden. Onder het uiten van de woorden: "Willen we hem hebben, dan zullen we hem hebben", schiet hij vooruit en houdt Lemstra tegen. Deze wenst ongemoeid te worden gelaten en duwt daarom Anne van zich af, maar op hetzelfde ogenblik wordt hem door alle vier de weg versperd en er begint een kloppartij, waarbij Lemstra zowel slagen uitdeelt als ontvangt.
Deze schermutseling wordt ook gezien door de schilder Jan Koopmans, die met zijn vriend De Jong eveneens in of ter hoogte van de Galigastraat aan het wandelen is.
Lemstra zeht uiteindelijk: "Nou zulle we maar uitscheide; vier tegen één is moorden." Hij wordt een ogenblik losgelaten en doet een paar stappen naar de hoek van de Galigastraat, als plotseling Ale, die inmiddels een vuistslag op zijn oog heeft gekregen, hem weer aanvalt en hem met een zijwaartse beweging een kraohtige slag in de zij toebrengt.
Koopmans hoort een dof geluid en Lemstra loopt met opgeheven handen de straat uit, roepend: "0, ik ga dood! ik ga dood!". Getuige Sterk merkt nog op, dat hij hevig bloedt.
Inmiddels heeft het rumoer de aandacht van de politie getrokken. De agenten De Leeuw en Elzenga, die in de Galigastraat surveilleren, snellen het eerst toe en ondersteunen Lemstra die wankelt en voor Leeuwenburg ineenzakt. De Leeuw heeft nog gezien, dat Ale zich van Lemstra verwijdert en hem geboden, een andere kant uit te gaan. Hij zorgt er ook voor, dat zijn bevel word opgevolgd. Maar als hij, bij collega Elzenga terugkomend, bemerkt, wat er gebeurd is, gaat hij Ale direct weer achterna, om hem te arresteren, wat hem op de Harinxmakade lukt.
Kort na de noodlottige aanslag arriveren ook de wachtmeester van de marechaussee J. Prijs em agent De Boer ter plekke. Zij zijn door het geschreeuw van een vrouw gewaarschuwd dat er zich een ernstig feit afspeelt in de buurt. Ze vinden Lemstra hevig bloedend op straat met een wond in zijn zij. Er valt geen ogenblik te verliezen. Wachtmeester Prijs laat direct een dokter oproepen en brengt het slachtoffer per brancard naar het politiebureau. Toen gaf het slachtoffer nog maar weinig levenstekens en de komst van arts Hertzberger mag hem niet baten. Lemstra sterft aan verbloeding; zijn dood is onvermijdelijk.
Nog dezelfde avond verhoort de wachtmeester de vermoedelijke dader. Deze heeft, na door agent De Leeuw gearresteerd te zijn, geprobeerd, stilletjes iets uit zijn broekzak te moffelen. Maar de politieman merkt het op, grijpt Ale bij de pols en zegt: "Dat moet ik maar hebben." Het is een soort slagersknipmes, met een hecht, waar houvast aan zat en een groot lemmet, vlijmscherp geslepen. De Leeuw overhandigt het mes aan Prijs. Ale bekent Lemstra met opzet een steek in de zij te hebben toegebracht.
En op een plaats, waar het nog al aankomt, merkt de wachtmeester op.
"Ja", antwoordt Ale, "natuurlijk in de buurt van 't hart, dan ben je gauw doodgebloed." Het is een zonderling antwoord, maar Prijs durfte er niet de conclusie uit te trekken, dat Ale Lemstra met opzet heeft willen doden.
Het lijk van het slachtoffer blijft op het politiebureau, tot in de middag van de volgenden dag de rechter-commissaris en de officier van justitie uit Leeuwarden, vergezeld van arts P.H. van Eden aldaar, arriveren. Laatstgenoemde en dr. Bouma te Sneek verrichten, in aanwezigheid van Justitie, het onderzoek. Bij verwijdering van de kleren blijkt, dat deze geheel met bloed zijn doordrenkt. De jas vertoont aan de linkerzijde, op 14 centimeter afstand van de mouw, een snee met een lengte van 17 centimeter, lopende van achterboven naar voorbeneden. Dit gat correspondeert met de gaten in vest en onderkleren, en ook met een gapende wond in de rug, tussen de achtste en negende rib. Bij de opening van het lijk wordt in de kwab van de linkerlong een wond van ongeveer 4 centimeter diepte en 5 centimeter lengte aangetroffen. Bij het toebrengen van den steek is een groot bloedvat in de linkerlong geraakt, zodat door de verbloeding de dood onvermijdelijk gevolg moet zijn. De direct ingeroepen heelkundige hulp heeft dit niet kunnen voorkomen, is het oordeel van de deskundige. Uit den aard van de wond kan worden geconcludeerd, dat de steek met kracht moet zijn toegebracht.
Er zijn bij de rechtzitting weinig getuigen nodig en het verhoor van de beklaagden verloopt ook vrij spoedig. Ale probeert zich een ogenblik dom te houden; maar de President herinnert hem aan zijn bekentenis, voor de Rechter-commissaris afgelegd en dan spartelt hij niet meer tegen.
Er volgt een verhaal van de eerste ontmoeting met Lemstra, die met een paar meisjes loopt. Hoe Siebolt gekheid met die meisjes maakt, waarover de verslagene gebelgd is, zodat hij het viertal uitscheld voor snotneuzen of kwajongens. Hoe daaruit een woordenwisseling is ontstaan en hoe beklaagden daarna de herberg bezoeken, waaruit zij eenigszins opgewonden, maar niet dronken, op straat terugkeren. Dan wil het noodlot, dat zij Lemstra wéér ontmoeten. Driftig geworden, omdat deze hem slaat, heeft Ale het mes gegrepen en gestoken, met kracht gestoken, niet met de bedoeling, om te doden, maar wel, om te raken.
"En heb je daar nu geen vreselijk berouw van?" vraagt de President. "Mij dunkt, je moet haast niet meer kunnen slapen en die dode man altijd voor je zien staan." Ale antwoordt daar niet op. Zijn drie medebeklaagden bekennen, aan de vechtpartij deelgenomen en Lemstra geslagen te hebben, maar Siebolt ontkent, het slachtoffer te hebben toegevoegd: "straks wou je mij hebben, nu kan je mij krijgen." Eveneens bestrijdt Anne de bewering, dat hij Lemstra heeft tegengehouden. Volgens laatstgenoemde beklaagde had Ale een week te voren in de herberg ook al eens in woede het mes getrokken en daarmee in de muur gesneden.
De Officier van Justitie, mr. Enderlein, heeft niet veel te zeggen, omdat de feiten, hoe ernstig dan ook, van vrij eenvoudige aard zijn. Vast staat, dat alle vier beklaagden aan de vechtpartij hebben deelgenomen. Zij zijn begonnen, met Lemstra te hinderen en als de man zich daarover boos maakt, hen kwajongens noemt, hebben ze later opnieuw ruzie met hem gezocht. Enderlein wil aannemen, dat de ernstige gevolgen niet in hun bedoeling hebben gelegen, althans niet in de bedoeling van de drie laatste beklaagden. Maar nu de vechtpartij de dood van Lemstra als gevolg heeft, zijn alle vier, op grond van het Wetboek van Strafrecht, daarvoor aansprakelijk. Eis: Ale 8 jaar, de drie anderen ieder 8 maanden gevang.
__
De verdediger van de eerste beklaagde, mr. M.E. Hepkema te Leeuwarden, begint met zijn leedwezen over het gebeurde uit te spreken. Hij vindt dat de beklaagde niet kan worden veroordeeld wegens zware mishandeling, de dood tengevolge hebbende, waarop een maxiniumstraf staat van tien jaar, maar alleen wegens mishandeling met dodelijke afloop, waarop hoogstens zes jaar staat.
Voor zware mishandeling is volgens Hepkema nodig het opzet bij de dader om een ander zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, en dit zwaar lichamelijk letsel moet dus ook werkelijk bestaan hebben, wil men krachtens artikel 302, het artikel van de zware mishandeling, veroordelen, en daarnaast dan de dood als niet bedoeld gevolg; het zwaar lichamelijk letsel moet zijn te onderkennen geweest van het dodelijke gevolg; dit gevolg alleen toch maakt het toegebrachte letsel niet tot zwaar letsel. Is dit zo, dan zal gewone mishandeling met dodelijke afloop, strafbaar gesteld bij artikel 300, niet bestaan.
Nu moet Hepkema wel toegeven, dat een feit, waarop zes jaar staat, een ernstig feit blijft; maar beklaagde heeft te veel de schijn tegen zich. Er is vooraf ook geen complot gesmeed, wat inderdaad een ernstig karakter aan het feit zal hebben gegeven. Alles tezamen genomen, wat Hepkema van zijn cliënt weet, hij wil wel, dat de rechtbank even goed op de hoogte is geeft hem de overtuiging, dat een clemente straf alleszins voldoende zal zijn. Met vertrouwen ziet hij de uitspraak van de Rechtbank tegemoet.
Het vonnis
De Rechtbank veroordeelt Ale V., 19 jaar, boerenknecht te Sneek, thans gedetineerd, wegens zware mishandeling de dood tengevolge hebbende van J. Lemstra tot vijf jaar gevangenisstraf.
De 18-jarige Siebolt T., stoker, de 18-jarige Wiert J., sjouwerman en de 18-jarige Anne S., pakhuisknecht, allen te Sneek worden voor het deelnemen aan een algemene vechtpartij, de dood van Lemstra tengevolge hebbende veroordeeld tot 2 maanden.
woensdag 13 februari 2013
Koloniaal Werfdepot Harderwijk
Het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk was van 1814 tot 1909 het belangrijkste werfdepot voor het Oost-Indisch Leger (later Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger oftewel KNIL) en werd denigrerend weleens "het riool van Europa" genoemd. Het depot werd in 1909 opgeheven.
Het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk was het legeronderdeel dat in Nederland rekruten aanwierf en voorbereidde op de dienst bij het leger in de koloniën.
In Harderwijk kon men intekenen voor een vaste dienstperiode in Indië. In het depot werden de soldaten in ongeveer zes weken klaargestoomd voor deze dienst. Eenmaal gereed met hun opleiding vertrokken de militairen meestal in detachementsverband onder leiding van een officier per trein naar Rotterdam of Amsterdam, of per tjalk naar het Nieuwe Diep, voor inscheping naar Indië. Voor hun vertrek werd te Harderwijk vaak nog als souvenir voor de familie een portretfoto gemaakt met teksten als Tot Weerziens of Naar Indië. Bijna 150.000 soldaten vonden hun weg van Harderwijk naar Indië. Veel van hen zouden ten gevolge van ziektes, oorlogshandelingen of inburgering in de Indische maatschappij nooit meer terugkeren naar Europa.
Harderwijk had van het begin af een slechte reputatie: het ‘gootgat of riool van Europa’ werd het genoemd, waar maatschappelijke verschoppelingen uit alle windstreken in minder dan geen tijd hun handgeld er doorheen joegen. En dan ging het, zeker in periodes waarin er grote behoefte aan vrijwilligers was (bijvoorbeeld tijdens de Atjehoorlog), niet om kleine bedragen. In 1870 was het handgeld opgelopen tot ƒ 300,- in die tijd het jaarsalaris van een arbeider. Het waren gouden tijden voor kroegen en bordelen, maar een gruwel in de ogen van de overwegend streng-christelijke inwoners van Harderwijk. Ook al omdat een niet onaanzienlijk deel van de rekruten uit buitenlanders bestond, met name Belgen, Duitsers, Zwitsers en Fransen.
Vooral in de begintijd leek het Indisch leger wel een vreemdelingenlegioen: Franse deserteurs, Duitse ex-officieren, Zwitserse soldaten die nog gevochten hadden in de Krimoorlog. Maar ook Nederlandse soldaten uit de strafdivisies van de Landmacht, die konden kiezen tussen de Oost of de provoost (= militaire strafgevangenis), meldden zich aan.
Anders dan het Franse vreemdelingenlegioen (opgericht in 1830) moesten de vrijwilligers bij aanmelding wel beschikken over identiteitspapieren en werden ze allemaal nauwkeurig in militaire stamboeken geregistreerd. Ook buiten Nederland waren koloniale wervers actief, want de werving was erg lucratief. In Nederlands-Indië zelf waren ronselpraktijken bij de werving van inheemse rekruten schering en inslag. Het grote percentage buitenlanders in het KNIL (soms tot 60%) was overigens niet de wens van de regering, maar was wel onvermijdelijk, omdat Nederland te klein was om voldoende mankracht te kunnen leveren voor én de landmacht én de marine én het koloniale leger. De grondwet verbood immers (tot na de Tweede Wereldoorlog) de uitzending van dienstplichtigen naar de koloniën.
In de 20e eeuw kreeg de fatsoenering van de koloniale dienst nog duidelijker gestalte. Rond 1910 was de verovering van ook de meest afgelegen buitengewesten in Indië voltooid, die daarmee onder effectief Nederlands gezag gebracht werden. Het vechten was grotendeels gedaan, het KNIL zou tot aan de Tweede Wereldoorlog voornamelijk nog politiediensten uitvoeren. Tegelijkertijd, in 1909, werd het zo vaak beschimpte Koloniaal Werfdepot te Harderwijk opgeheven. Het Korps Koloniale Reserve te Nijmegen bleef als opleidingscentrum voor het KNIL voortbestaan. Vanaf 1914 waren daar uitsluitend nog Nederlandse vrijwilligers welkom.
Meer lezen:
Verhoeven, Clemens. Het vergeten korps. De geschiedenis van de Koloniale Reserve (Vantilt, 2012)
De militaire loopbaan van Willem Tuinstra in Nederland
In maart 1885 vraagt de 16-jarige Willem Tuinstra aan het bestuur van het Old Burgerlijk Weeshuis of hij dienst mag nemen bij het Instructie-Bataljon in Kampen. Hij moet voor alles toestemming vragen, omdat hij tot zijn 18e jaar onder toezicht staat van het weeshuis.
Bij het Instructie-Bataljon in Kampen worden jeugdige vrijwilligers van 16 tot en met 18 jaar opgeleid tot korporaal bij de Infanterie van het Nederlandse leger en voor korporaals en onderofficier in Oost-Indië.
Op 8 april 1885 wordt hij vrijwillig geëngageerd als soldaat voor 8 jaren. Zijn
stamboeknummer is 26.315. Hierin staan de volgende uiterlijke kenmerken: blauwe ogen, behept met gezichtsscherpte op beide ogen 1/2 dioptriem lengte 1,714 m.
Op 1 oktober 1885 wordt hij bevorderd tot korporaal titulair. Hij kan nu 14 dagen verlof krijgen. Hij verzoekt het weeshuis hem daartoe in de gelegenheid te stellen en hem reisgeld te sturen. Er wordt besloten hem 10 dagen toe te staan en f 2,50 aan reisgeld te geven.
Op de tekening hiernaast:
Korporaal titulair, Instructie Bataljon (1857). Bewapend met een bus, een kort geweer met getrokken loop (voorzien van trekken en velden). De functie van de infanterist werd aangeduid met busschieter.
In december 1885 vraagt Willem nogmaals verlof. Dit wordt hem door het bestuur van het weeshuis geweigerd, omdat hij nog niet zolang geleden met verlof is geweest.
Op 12 janurai 1886 wordt hij als koporaal op dato geplaatst bij het 2e Regiment Infanterie in 's-Hertogenbosch.
In september 1886 vraag Willem toestemming om te mogen tekenen voor Oost-Indië. Het bestuur besluit om eerst een onderzoek in te stellen naar het gedrag en de vooruitzichten van hem.
Kapitein S. Pastor van het 2e Regiment, 5e bataillon, 2e Compagnie Infanterie te 's-Hertogenbosch bericht het volgende:
"Het gedrag van Tuinstra is goed, de vooruitzichten bij het leger zijn tegenwoordig slecht. In Oost-Indië beter, maar zwaarder, en de eisen hoger gesteld. Men raad aan, dat Tuinstra zich hier te lande klaar maakt voor het examen van sergeant. En na succes een verzoek aanvraagt bij het Ministerie voor sergeant bij het Indië Leger. Hetgeen dan waarschijnlijk bij goed gedrag, wel zal worden toegestaan".
In maart 1887 verzoekt Willem aan het bestuur van het weeshuis om als vrijwilliger dienst te mogen nemen in Oost-Indië. Waarschijnlijk lokt de f. 300,- handgeld hem tot dit besluit. Het bestuur zegt dat hij eerst zijn examen tot sergeant met goed gevolg moet afleggen.
Een maand later schrijft kapitein van der Heyden van het 2e Regiment, 5e bataillon, 2e Compagnie Infanterie te 's-Hertogenbosch dat Willem Tuinstra bij zijn korps geen examen mag doe voor onderofficier bij het Indisch Leger. Dar hij, wanneer hij naar Indië wil, zich per request tot Zijne Excellentie de Minister van Oorlog moet wenden, om over te gaan naar de Koloniale Troepen. Hij gaat dan als korporaal naar Harderwijk en kan daar examen voor sergeant doen, waarvoor hij wel bekwaan genoeg wordt gerekend.
Er wordt nog aan toegevoegd dat Tuinstra een fatsoenlijke, oppassende jongen is en dat Nederland hem graag bij het leger als sergeant wil voordragen.
In december 1887 wordt aan Willem door zijne excellentie de Minister van Oorlog toestemming verleend om als sergeant deel te nemen in Oost-Indië.
Op 7 januari 1888 wordt hij door het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk overgenomen als sergeant van het 2e Regiment Infanterie. Willem is een dienstverband aangegaan voor 6 jaren, ingaande met de dag van inscheping naar Oost-Indië met f. 300,- handgeld.
Op 25 februari 1888 wordt hij in Rotterdam geëmbarkeerd aan boord van het stoomschip Utrecht.
SS Utrecht (bouwjaar 1880; tussen 2 en 4 maart 1897 bij Kaap Ouessant in een zware storm met man en muis vergaan. Alle 33 opvarenden kwamen bij deze ramp om het leven.)
Bij het Instructie-Bataljon in Kampen worden jeugdige vrijwilligers van 16 tot en met 18 jaar opgeleid tot korporaal bij de Infanterie van het Nederlandse leger en voor korporaals en onderofficier in Oost-Indië.
Op 8 april 1885 wordt hij vrijwillig geëngageerd als soldaat voor 8 jaren. Zijn
stamboeknummer is 26.315. Hierin staan de volgende uiterlijke kenmerken: blauwe ogen, behept met gezichtsscherpte op beide ogen 1/2 dioptriem lengte 1,714 m.
Op 1 oktober 1885 wordt hij bevorderd tot korporaal titulair. Hij kan nu 14 dagen verlof krijgen. Hij verzoekt het weeshuis hem daartoe in de gelegenheid te stellen en hem reisgeld te sturen. Er wordt besloten hem 10 dagen toe te staan en f 2,50 aan reisgeld te geven.
Op de tekening hiernaast:
Korporaal titulair, Instructie Bataljon (1857). Bewapend met een bus, een kort geweer met getrokken loop (voorzien van trekken en velden). De functie van de infanterist werd aangeduid met busschieter.
In december 1885 vraagt Willem nogmaals verlof. Dit wordt hem door het bestuur van het weeshuis geweigerd, omdat hij nog niet zolang geleden met verlof is geweest.
Op 12 janurai 1886 wordt hij als koporaal op dato geplaatst bij het 2e Regiment Infanterie in 's-Hertogenbosch.
In september 1886 vraag Willem toestemming om te mogen tekenen voor Oost-Indië. Het bestuur besluit om eerst een onderzoek in te stellen naar het gedrag en de vooruitzichten van hem.
Kapitein S. Pastor van het 2e Regiment, 5e bataillon, 2e Compagnie Infanterie te 's-Hertogenbosch bericht het volgende:
"Het gedrag van Tuinstra is goed, de vooruitzichten bij het leger zijn tegenwoordig slecht. In Oost-Indië beter, maar zwaarder, en de eisen hoger gesteld. Men raad aan, dat Tuinstra zich hier te lande klaar maakt voor het examen van sergeant. En na succes een verzoek aanvraagt bij het Ministerie voor sergeant bij het Indië Leger. Hetgeen dan waarschijnlijk bij goed gedrag, wel zal worden toegestaan".
In maart 1887 verzoekt Willem aan het bestuur van het weeshuis om als vrijwilliger dienst te mogen nemen in Oost-Indië. Waarschijnlijk lokt de f. 300,- handgeld hem tot dit besluit. Het bestuur zegt dat hij eerst zijn examen tot sergeant met goed gevolg moet afleggen.
Een maand later schrijft kapitein van der Heyden van het 2e Regiment, 5e bataillon, 2e Compagnie Infanterie te 's-Hertogenbosch dat Willem Tuinstra bij zijn korps geen examen mag doe voor onderofficier bij het Indisch Leger. Dar hij, wanneer hij naar Indië wil, zich per request tot Zijne Excellentie de Minister van Oorlog moet wenden, om over te gaan naar de Koloniale Troepen. Hij gaat dan als korporaal naar Harderwijk en kan daar examen voor sergeant doen, waarvoor hij wel bekwaan genoeg wordt gerekend.
Er wordt nog aan toegevoegd dat Tuinstra een fatsoenlijke, oppassende jongen is en dat Nederland hem graag bij het leger als sergeant wil voordragen.
In december 1887 wordt aan Willem door zijne excellentie de Minister van Oorlog toestemming verleend om als sergeant deel te nemen in Oost-Indië.
Op 7 januari 1888 wordt hij door het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk overgenomen als sergeant van het 2e Regiment Infanterie. Willem is een dienstverband aangegaan voor 6 jaren, ingaande met de dag van inscheping naar Oost-Indië met f. 300,- handgeld.
Op 25 februari 1888 wordt hij in Rotterdam geëmbarkeerd aan boord van het stoomschip Utrecht.
SS Utrecht (bouwjaar 1880; tussen 2 en 4 maart 1897 bij Kaap Ouessant in een zware storm met man en muis vergaan. Alle 33 opvarenden kwamen bij deze ramp om het leven.)
dinsdag 12 februari 2013
De rechtszaak van Uilke Tuinstra (1915-2007)
Op 29 januari 1924 moet Uilke Tuinstra voor de politierechter verschijnen in de rechtbank van Leeuwarden.
Op 27 december 1923 moet de 19-jarige arbeider Jan v.d. W. in Hallum met zijn fiets over de brug. Jan schijnt een bijnaam te hebben. Het is niet eens zo'n erge scheldnaam, maar hij wil liever niet zo genoemd worden.
"Jan Broek" riep de 8-jarige Uilke Tuinstra. Jan werd kwaad en gaf Uilke een klap waardoor hij tegen de grond viel. De klap kwam nogal hard aan.
"Och, de kleine jongen wist niet beter!" volgens de ouders.
Beklaagde Jan v.d. W. zegt, dat het jongetje voor zijn fiets liep en hem ook nadat hij van den grond opgekrabbeld was en een paar stappen verder gelopen was, weer had uitgescholden. "Zo erg zal het dus niet geweest zijn met die klap" meent beklaagde.
Uilke staat bedremmeld voor de politierecnter. Hij wist niet, dat "Jan Broek" een scheldnaam was, zegt hij. De politierechter kijkt echter bedenkelijk en zegt, dat hij toch niet zo ondeugend moet wezen.
Voor mishandeling wordt Jan veroordeeld tot ƒ 10,- boete of 10 dagen hechtenis.
Van het recht, in hoger beroep te gaan, ziet de beklaagde af.
ƒ 10,- heeft nu een waarde van ongeveer € 70,-
Op 27 december 1923 moet de 19-jarige arbeider Jan v.d. W. in Hallum met zijn fiets over de brug. Jan schijnt een bijnaam te hebben. Het is niet eens zo'n erge scheldnaam, maar hij wil liever niet zo genoemd worden.
"Jan Broek" riep de 8-jarige Uilke Tuinstra. Jan werd kwaad en gaf Uilke een klap waardoor hij tegen de grond viel. De klap kwam nogal hard aan.
"Och, de kleine jongen wist niet beter!" volgens de ouders.
Beklaagde Jan v.d. W. zegt, dat het jongetje voor zijn fiets liep en hem ook nadat hij van den grond opgekrabbeld was en een paar stappen verder gelopen was, weer had uitgescholden. "Zo erg zal het dus niet geweest zijn met die klap" meent beklaagde.
Uilke staat bedremmeld voor de politierecnter. Hij wist niet, dat "Jan Broek" een scheldnaam was, zegt hij. De politierechter kijkt echter bedenkelijk en zegt, dat hij toch niet zo ondeugend moet wezen.
Voor mishandeling wordt Jan veroordeeld tot ƒ 10,- boete of 10 dagen hechtenis.
Van het recht, in hoger beroep te gaan, ziet de beklaagde af.
ƒ 10,- heeft nu een waarde van ongeveer € 70,-
Abonneren op:
Posts (Atom)
















