woensdag 13 februari 2013

De militaire loopbaan van Willem Tuinstra in Nederland

In maart 1885 vraagt de 16-jarige Willem Tuinstra aan het bestuur van het Old Burgerlijk Weeshuis of hij dienst mag nemen bij het Instructie-Bataljon in Kampen. Hij moet voor alles toestemming vragen, omdat hij tot zijn 18e jaar onder toezicht staat van het weeshuis.

Bij het Instructie-Bataljon in Kampen worden jeugdige vrijwilligers van 16 tot en met 18 jaar opgeleid tot korporaal bij de Infanterie van het Nederlandse leger en voor korporaals en onderofficier in Oost-Indië.



Op 8 april 1885 wordt hij vrijwillig geëngageerd als soldaat voor 8 jaren. Zijn
stamboeknummer is 26.315. Hierin staan de volgende uiterlijke kenmerken: blauwe ogen, behept met gezichtsscherpte op beide ogen 1/2 dioptriem lengte 1,714 m.

Op 1 oktober 1885 wordt hij bevorderd tot korporaal titulair. Hij kan nu 14 dagen verlof krijgen. Hij verzoekt het weeshuis hem daartoe in de gelegenheid te stellen en hem reisgeld te sturen. Er wordt besloten hem 10 dagen toe te staan en f 2,50 aan reisgeld te geven.

Op de tekening hiernaast:
Korporaal titulair, Instructie Bataljon (1857). Bewapend met een bus, een kort geweer met getrokken loop (voorzien van trekken en velden). De functie van de infanterist werd aangeduid met busschieter.

In december 1885 vraagt Willem nogmaals verlof. Dit wordt hem door het bestuur van het weeshuis geweigerd, omdat hij nog niet zolang geleden met verlof is geweest.

Op 12 janurai 1886 wordt hij als koporaal op dato geplaatst bij het 2e Regiment Infanterie in 's-Hertogenbosch.

In september 1886 vraag Willem toestemming om te mogen tekenen voor Oost-Indië. Het bestuur besluit om eerst een onderzoek in te stellen naar het gedrag en de vooruitzichten van hem.

Kapitein S. Pastor van het 2e Regiment, 5e bataillon, 2e Compagnie Infanterie te 's-Hertogenbosch bericht het volgende:
"Het gedrag van Tuinstra is goed, de vooruitzichten bij het leger zijn tegenwoordig slecht. In Oost-Indië beter, maar zwaarder, en de eisen hoger gesteld. Men raad aan, dat Tuinstra zich hier te lande klaar maakt voor het examen van sergeant. En na succes een verzoek aanvraagt bij het Ministerie voor sergeant bij het Indië Leger. Hetgeen dan waarschijnlijk bij goed gedrag, wel zal worden toegestaan".



In maart 1887 verzoekt Willem aan het bestuur van het weeshuis om als vrijwilliger dienst te mogen nemen in Oost-Indië. Waarschijnlijk lokt de f. 300,- handgeld hem tot dit besluit. Het bestuur zegt dat hij eerst zijn examen tot sergeant met goed gevolg moet afleggen.

Een maand later schrijft kapitein van der Heyden van het 2e Regiment, 5e bataillon, 2e Compagnie Infanterie te 's-Hertogenbosch dat Willem Tuinstra bij zijn korps geen examen mag doe voor onderofficier bij het Indisch Leger. Dar hij, wanneer hij naar Indië wil, zich per request tot Zijne Excellentie de Minister van Oorlog moet wenden, om over te gaan naar de Koloniale Troepen. Hij gaat dan als korporaal naar Harderwijk en kan daar examen voor sergeant doen, waarvoor hij wel bekwaan genoeg wordt gerekend.
Er wordt nog aan toegevoegd dat Tuinstra een fatsoenlijke, oppassende jongen is en dat Nederland hem graag bij het leger als sergeant wil voordragen.

In december 1887 wordt aan Willem door zijne excellentie de Minister van Oorlog toestemming verleend om als sergeant deel te nemen in Oost-Indië.

Op 7 januari 1888 wordt hij door het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk overgenomen als sergeant van het 2e Regiment Infanterie. Willem is een dienstverband aangegaan voor 6 jaren, ingaande met de dag van inscheping naar Oost-Indië met f. 300,- handgeld.


Op 25 februari 1888 wordt hij in Rotterdam geëmbarkeerd aan boord van het stoomschip Utrecht.

SS Utrecht (bouwjaar 1880; tussen 2 en 4 maart 1897 bij Kaap Ouessant in een zware storm met man en muis vergaan. Alle 33 opvarenden kwamen bij deze ramp om het leven.)






dinsdag 12 februari 2013

De rechtszaak van Uilke Tuinstra (1915-2007)

Op 29 januari 1924 moet Uilke Tuinstra voor de politierechter verschijnen in de rechtbank van Leeuwarden.

Op 27 december 1923 moet de 19-jarige arbeider Jan v.d. W. in Hallum met zijn fiets over de brug. Jan schijnt een bijnaam te hebben. Het is niet eens zo'n erge scheldnaam, maar hij wil liever niet zo genoemd worden.
"Jan Broek" riep de 8-jarige Uilke Tuinstra. Jan werd kwaad en gaf Uilke een klap waardoor hij tegen de grond viel. De klap kwam nogal hard aan.

"Och, de kleine jongen wist niet beter!" volgens de ouders.

Beklaagde Jan v.d. W. zegt, dat het jongetje voor zijn fiets liep en hem ook nadat hij van den grond opgekrabbeld was en een paar stappen verder gelopen was, weer had uitgescholden. "Zo erg zal het dus niet geweest zijn met die klap" meent beklaagde.

Uilke staat bedremmeld voor de politierecnter. Hij wist niet, dat "Jan Broek" een scheldnaam was, zegt hij. De politierechter kijkt echter bedenkelijk en zegt, dat hij toch niet zo ondeugend moet wezen.

Voor mishandeling wordt Jan veroordeeld tot ƒ 10,- boete of 10 dagen hechtenis.
Van het recht, in hoger beroep te gaan, ziet de beklaagde af.


ƒ 10,- heeft nu een waarde van ongeveer € 70,-

zaterdag 26 januari 2013

Korte huwelijksgeluk van Margaretha Charlotte Adelheid Tuinstra

Margaretha Charlotte Adelheid Tuinstra is geboren op 10 juni 1907 in Sneek als dochter van Klaas Tuinstra en Adelheid Frederica Zweed.

Adelheid Frederica Zweed en Klaas Tuinstra


Ze is 23 jaar als ze op 21 februari 1931 trouwt Tjerk Boersma. Tjerk is dan 19 jaar. Hij is geboren op 23 mei 1901 in Goënga als zoon van Kornelis Boersma en Antje van der Veen. Tijdens het huwelijk is Margaretha al een paar maanden zwanger.

Op 25 mei 1931, twee dagen na de verjaardag van Tjerk slaat het noodlot toe. Er vindt een ernstig auto-ongeluk plaats in de buurt van Sneek. Er vallen twee doden. De pers bericht er uitvoerig over.

In het Leeuwarder Nieuwsblad van 26 mei 1931 staat het volgende bericht:

"Pinkstermaandag, voor velen bij uitstek een dag van uitgaan, heeft in Friesland twee slachtoffers geëischt, slachtoffers van het snelverkeer in den kwaden zin des woords. Een vijftal jongelui was dien morgen uit toeren gegaan met een personenauto. Nabij Hommerts, niet ver van Sneek, moest een autobus worden gepasseerd. Deze manoeuvre is hoogstwaarschijnlijk door veel te snel rijden mislukt, met het gevolg, dat de auto tegen de boomen te pletter sloeg. Twee der inzittenden, de 30-jarige gehuwde chauffeur-monteur Tjerk Boersma en de 20-jarige ongehuwde Thomas Bergstra, beiden te Sneek, werden op slag gedood, terwijl de andere inzittenden werden gewond.
Hoe het ongeluk gebeurde.

Om tien uur gistermorgen is het vijftal jongelui, Th. Bergstra, Tj. Boersma, P. Stilma, J. Damstra en J. Wierda, met een Citroën-personenauto uit Sneek vertokken om een tochtje te maken naar Heerenveen, waar het kermis was. Ter hoogte van den "Nieuwen Polder", een eindje buiten Hommerts, moest de personenauto, die met groote snelheid reed, een paar autobussen passeeren van den heer Westra te Gaastmeer. Hierin zaten de leden van de vereeniging "Concardia" te Gaastmeer, die onderweg waren naar het concours van muziekvereenigingen te Drachten.

Hoe de botsing toen precies heeft plaats gehad, valt niet met zekerheid te zeggen. Als vaststaand kan echter wel worden aangenomen, dat de bestuurder door een of andere oorzaak na het passeeren van de eerste autobus de macht over het stuur heeft verloren. De auto is toen ten minste rakelings langs een boom geslierd, slingerde daarna weer op den straatweg, waar de voorkant van de tweede autobus de wagen ramde en botste tenslotte met groote vaart tegen 'n boom. Het ongeluk speelde zich in weinige seconden af, en toen de bussen tot stilstand waren gebracht, lag de auto reeds geheel vernield tegen den boom. De bestuurder Th. Bergstra en de naast hem zittende Tj. Boersma, moeten onmiddellijk zijn overleden. De anderen waren min of meer ernstig gewond. Zij werden ter plaatse geholpen door een verpleegster, die in een ziekenauto zat, waarmede een patient naar Sneek werd vervoerd. Deze auto is direct, na den patient te Sneek te hebben afgeleverd, naar de plaats des onheils teruggekeerd en heeft daarop de beide dooden en den drie gewonden, die zeer onder de indruk waren, naar het St. Anthoniusziekenhuis te Sneek vervoerd. Na verbonden te zijn, konden J. Wierda en J. Damstra naar huis gaan. De 21-jarige ongehuwde voerman P. Stilma, die een rib heeft gebroken, werd ter verpleging opgenomen.

De commissaris van politie te Sneek was spoedig na het ongeval ter plaatse, evenals de burgemeester der gemeente Wimbritseradeel en een dokter uit Woudsend. Het is aan de omnstandigheid, dat even na het ongeluk plaats had, een ziekenauto passeerde te danken, dat zoo snel hulp kon worden verleend.


Nadere bijzonderheden.

Uit Sneek worden ons nog de volgende bijzonderheden gemeld: De bestuurder, Th. Bergstra, is een zoon van den bekenden auto- en rijwielhandelaar Bergstra, wonende aan den Leeuwarderweg. Hij kon goed met automobielen omgaan.
Volgens verklaringen van terzake-kundigen moet de personenauto minstens een snelheid hebben gehad van 80 K.M., wat klopt met het feit, dat de kilometerteller na het ongeluk nog het cijfer 80 aanwees. Het is niet onmogelijk, dat de bestuurder eerst na de aanraking met den eersten boom de macht over het stuur heeft verloren. In ieder geval heeft hij voordien wel signalen gegeven. De justitie is gistermiddag ter plaatse geweest om de situatie in oogenschouw te nemen.

Een tragische bijzonderheid is nog, dat de omgekomen Tj. Boersma enkele maanden geleden, in Februari n.l., is gehuwd.

Wat den toestand der gewonden betreft, Stilma wordt nog in het ziekenhuis verpleegd en zal daar nog wel eenigen tijd moeten verblijven. Damstra en Wierda worden thuis verpleegd. De eerste ligt met een gebroken sleutelbeen te bed, terwijl Wierda een ontwrichte pols en eenige lichte kwetsuren heeft bekomen. Beiden verkeeren nog zeer onder den indruk van het droevig ongeluk, naar de juiste oorzaak waarvan een onderzoek wordt ingesteld."


Een dag later staat in Nieuwblad van Friesland, Hepkema's Courant nagenoeg hetzelfde bericht met de volgende toevoeging:

"Mededeeling van ambtelijke zijde

Van ambtelijk zijde deelt men ons mede, dat het ongeval zich als volgt heeft toegedragen.

Maandagmiddag plm. 12 uur reed een autobus vanuit Sneek in de richting Hommerts. Deze werd achterop gereden door een zeer snel rijdende luxe-auto, waarin 5 jongelui gezeten waren. Laatsgenoemde auto heeft klaarblijkelijk den bus willen passeeren, maar de chauffeur van dezen bus verklaart geen signalen te hebben gehoord. In volle vaart - 70 a 80 K.M. - heeft de chauffeur van den luxewagen, de 21-jarige Th. Bergstra, toen geprobeerd den bus voorbij te rijden, wat hem evenwel noodlottig is geworden. Hij kwam namelijk in aanraking met het achterste spatbord van den autobus, waardoor hij zijn stuur vermoedelijk is kwijtgeraakt, tengevolge waarvan hij eerst tegen een boom opvloog en daarna met een hevigen slag tegen den autobus aan.
De botsing was zoo hevig, dat de luxewagen een halven slag gedraaid werd. De beide links-zittenden, t.w. de chauffeur Th. Bergstra en de 29-jarige Tj. Boersma, werden op slag gedood."



Margaretha is na drie maanden huwelijk alweer weduwe. Bovendien is zij zwanger. Haar zoon wordt geboren op 17 augustus 1931. Hij wordt Tjerk genoemd, naar zijn vader.

In 1968, ze is dan 61 jaar, trouwt ze met Piet Johannes Kalsbeek. Hij is dan 59 jaar en weduwnaar van Murkje Berber Tuinstra. Murkje Berber is een nicht van Margaretha. Zij is de dochter van Anne Tuinstra (een broer van Klaas) en Jantje Schram.
Op 5 december 1985 is Piet Johannes Kalsbeek overleden. Zes jaar later op 1 november 1991 is Margaretha Charlotte Adelheid overleden. Ze is 84 jaar geworden.





donderdag 20 september 2012

Willem Tuinstra (1868-1960)

Willem Tuinstra is geboren op 24 september 1868 in Sneek als zoon van Aitze Tuinstra en Baukje Boeyinga. Hij is de broer van Simon.

Zijn vader overlijdt op 27 juli 1873. Willem is dan nog maar 4 jaar. Vijf jaar later overlijdt zijn moeder op 14 januari 1879. Op dat moment is Willem 10 jaar.


Geboorteakte Willem Tuinstra


Op 28 januari 1879 worden de 12-jarige Simon, de 10-jarige Willem en de 6-jarige Jacomina opgenomen in het Old Burgerlijk Weeshuis in Sneek.

Willem blijkt iemand die het niet zo nauw neemt met de regels van het weeshuis. Regelmatig komt zijn gedrag ter sprake in de vergaderingen. Op 2 januari 1883 rapporteer de binnenvader dat Willem Tuinstra zich met vrienden onbehoorlijk heeft gedragen op nieuwjaarsavond en dat hij sterke drank heeft gekocht en gedronken. Op dat moment is Willem 14 jaar.

Op zaterdag 5 oktober 1884 hebben Simon, Willem en drie andere jongens zich op straat onbehoorlijk gedragen. De oorzaak is drankgebruik.

Op 9 november 1884 is het weer raak: Simon, Willem en twee jongens maken weer rumoer op straat. De politie wordt erbij gehaald. De oorzaak is wederom drankgebruik. Willem bekent de dronkenschap, Simon ontkent. Een van de jongens wordt direct ontslagen uit het weeshuis, de drie anderen waaronder Willem en Simon krijgen een week geen zakgeld.

In maart 1885 vraagt Willem of hij in dienst mag bij het Instructie Bataljon in Kampen. Dit verzoek wordt door het weeshuis goedgekeurd.
Op 6 april 1885 gaat hij als vrijwillig soldaat in dienst bij het Instructie Bataljon. In januari 1895 verlaat hij na bijna 10 jaar de landmacht.

Over de militaire loopbaan van Willem in Nederland en Oost-Indië zal ik later berichten.

In het boek "Van wezenzorg naar stadsbelang. Het Old Burger Weeshuis te Sneek 1581-1981" (G. Bakker, B. van Haersma Buma en G.P. Karstkarel) lees ik de volgende opmerkelijke passage:


"Een pupil die 's nachts ongeoorloofd met nagemaakte sleutels het weeshuis had verlaten, zich schuldig maakte aan drankmisbruik, zijn zilveren horloge - iedere jongen kreeg op zijn achttiende verjaardag een zilveren horloge - verkocht had en ook nog zakgeld van mede-pupillen had weggenomen, werd gestraft met vier dagen eenzame opsluiting op water en brood. Intussen werden er snel maatregelen getroffen, zodat onze zondaar acht weken later in militaire dienst ging voor een periode van zes jaar."

Ik weet niet of dit op Willem slaat, maar een en ander vertoont wel overeenkomsten.


Op 13 juni 1897 trouwt Willem in Sneek met Sytske Dijkstra. Sytske is geboren op 19 januari 1871 in Sneek als dochter van Taede Dijkstra en Pietje Blok.

Huwelijksakte Willem Tuinstra en Sytske Dijkstra



Kinderen van Willem en Sytske:
1. Baukje Tuinstra (28-02-1898 - 23-11-1981)
2. Pietje Tuinstra (03-12-1899 - 23-07-1978)
3. Aitze Simon Tuinstra (30-09-1901 - 03-09-1981)
4. Jacomina Tuinstra (06-08-1904 - 08-03-1955)
5. Taede Tuinstra (01-08-1907 - 16-09-1923)
6. Fedde Tuinstra (15-03-1909 - 14-11-1975)
7. Willem Tuinstra (05-04-1913 - 30-01-1990)


Sytske is overleden op 10 mei 1948, 77 jaar oud. Willem is overleden op 21 september 1960, 91 jaar oud. Een paar dagen voor zijn 92e verjaardag.



V.l.n.r.: Baukje, Taede, Willem, Aitze Simon, Fedde, Pietje, Sytske, Willem en Jacomina.
Waarschijnlijk gemaakt bij het 25 jarig huwelijksjubileum,

vrijdag 25 mei 2012

Het korte leven van Simon Tuinstra (1866-1887)

Simon Tuinstra is geboren op 14 april 1866 in Sneek als zoon van Aitze Tuinstra en Baukje Boeyinga. Als Simon 2 jaar is wordt op 24 september 1868 zijn broer Willem geboren. Als hij 4 jaar is wordt op 19 april 1870 zijn zus Antje geboren. Zij overlijdt op 27 augustus 1871. Antje wordt maar 16 maanden oud.
Als hij zes jaar is wordt op 3 december 1872 zijn zus Jacomina geboren.
Zijn vader overlijdt op 27 juli 1873. Simon is dan nog maar 7 jaar. Vijf jaar later overlijdt zijn moeder op 14 januari 1879. Op dat moment is Simon 12 jaar.

Geboorteakte Simon

Taeke Tuinstra, een broer van Aitze, wordt als voogd aangesteld voor de kinderen. Hij kan echter niet in hun levensonderhoud voorzien.

Twee weken later, op 28 januari 1879 worden de 12-jarige Simon, de 10-jarige Willem en de 6-jarige Jacomina opgenomen in het Old Burgerlijk Weeshuis in Sneek.

Als Simon 15 jaar is vraagt hij in december 1881 een opleiding aan tot timmerman. In januari 1882 wordt besloten dat hij een opleiding kan gaan volgen bij de firma Gebr. van der Werf voor een weekloon van 25 cent.


Waarschijnlijk heeft Simon niet zo'n aanleg voor het timmeren, want in juli 1882 wordt besloten om Simon een opleiding van 4 jaar te geven bij horlogemaker Thümmler. De eerste 4 jaar verdient hij helemaal niets. Daarna misschien f. 10,- per week.
August Thümmler heeft zijn werkplaats en winkel aan de Suupmarkt in Sneek.


Advertentie Leeuwarder Courant, d.d. 30-12-1881

Een horlogemaker is iemand die horloges en klokken maakt. Onder de naam horlogemaker of horlogier zijn er winkels die voornamelijk horloges en klokken verkopen en waar die ook gerepareerd kunnen worden.



In augustus 1883 krijgt Simon ruzie met zijn baas. Thümmler stuurt hem weg. Simon wordt op zijn verkeerde gedrag gewezen en moet de volgende dag weer terug naar zijn baas.

In mei 1884 krijgt Simon pijn in zijn zij. De heer Visser, buitenvader van het weeshuis, adviseert om Simon te laten opnemen in het gasthuis in Amsterdam. Op advies van de geneesheren van het weeshuis laten ze Simon niet naar het gasthuis gaan.

Omdat het in de winkel van Thümmler tocht wordt in juni 1884 besloten dat Simon hier weg moet. De heer Thümmler zorgt dat hij nu bij horlogemaker Pieter Jacobs de Boer terecht kan. Zijn werkplaats en winkel is aan de Nauwe Noorderhorne 37 in Sneek.


Advertentie Leeuwarder Courant, d.d. 21-11-1884

In november 1884 verzoekt de heer Thümmler of Simon tijdelijk bij hem mag komen werken. Hij is namelijk ziek. De Boer, zijn huidige baas, vindt het goed. Het bestuur van het weeshuis keurt de aanvraag echter af, omdat de dokter in juni heeft besloten om Simon weg te halen uit de tochtige winkel.
Toch gaat Simon in op het verzoek.


Advertentie Leeuwarder Courant, d.d. 25-02-1885


In april 1885 vraagt Simon aan het bestuur een horloge. Op de vraag waarom antwoordt hij dat hij nooit enige vorm van vergoeding van de heer Thümmler heeft gekregen toen hij hem heeft geholpen tijdens zijn ziekte.

In mei 1885 gaat binnenvader Ronner met Simon naar Nijmegen. Hij kan werk krijgen bij horlogemaker Bresson.


In juni 1885 stuurt de heer Bresson een brief waarin staat dat Simon niet zo goed is in zijn werk. Hij wil niet het overeengekomen bedrag van f. 8,- betalen, maar stelt voor f. 6,- voor kostgeld en 70 cent zakgeld. Het bestuur gaat accoord. Ook vraagt zijn baas een burgerpak voor Simon. Hier gaat het bestuur niet mee accoord, omdat hij pas geleden een nieuw pak heeft gekregen.

In juli vraagt Simon het bestuur om nieuwe schoenen en een horloge. De schoenen moeten maar gerepareerd worden. Het horloge van f. 16,- is toegestaan.

In november bericht Simon het bestuur dat de heer Bresson hem over 14 dagen wil ontslaan. Hij vraagt de vrijheid om een andere baan te zoeken. Het bestuur zal Bresson om een toelichting vragen.
Bresson geeft aan dat Simon lang niet op de hoogte is van het vak. Hij wil wel helpen zoeken naar een nieuwe baan.

In januari 1886 wordt bekendgemaakt dat Simon een betrekking kan krijgen bij horlogemaker Buiskool in Beerta. Hier kan hij f. 50,- verdienen, met aftrek van eten, inwoning en was. In maart treedt hij in dienst als bediende. De heer Buiskool vindt hem een goede werker. De verstandhouding tussen beide mannen is goed. Af en toe vindt de heer Buiskool wel dat Simon verkeerde wegen bewandeld.
De heer Buiskool biedt aan om Simon in dienst te houden voor f. 65,-. Simon wil echter naar een horlogemaker in Leens waar hij f. 75,- kan verdienen.
In maart 1887 wordt hij na ruzie met zijn baas weggestuurd door de heer Buiskool. Simon is slechts een week zonder werk.
Nu heeft hij een baan gevonden bij horlogemaker Behrens in Winschoten.

In juni 1887 geeft de heer Behrens door dat Simon ernstig ziek is. Hij is bedlegerig en gebruikt iedere dag medicijnen. Een maand later blijkt dat Simon nog steeds ziek is.
Simon geeft aan dat hij veel bloed ophoest. Hij wil zich graag laten onderzoeken door een professor in Groningen. De verschijnselen duiden op tbc.
Nog dezelfde maand wordt besloten om Simon op te nemen in het ziekenhuis van het weeshuis. Hier wordt hij op eigen kosten verpleegd.

Op 20 oktober 1887 overlijdt Simon Tuinstra aan de gevolgen van zijn ziekte. Simon is maar 21 jaar oud geworden.


Overlijdensakte Simon

zondag 22 april 2012

Old Burger Weeshuis

Het Old Burger Weeshuis in Sneek is opgericht op 29 maart 1581. In 1462 is door de Kruisebroeders een klooster gesticht. Dit pand in de Kruisebroederstraat wordt het eerste weeshuis. Rond 1581 is er oorlog rondom Sneek. De vijand verbrand in Sneek 17 huizen en dood vele personen. Het aantal wezen neemt hierdoor toe.
Tot 1854 heeft het weeshuis onderdak in dit gebouw aan het Groot Zuidend (nu de Oude Koemarkt).

De wezen die opgenomen worden moeten minsten drie jaar zijn. Ze worden opgenomen tot hun twintigste jaar. Ze mogen handicap hebben.

Er worden enkele eisen gesteld aan de wezen:
1. ze moeten in Sneek wonen;
2. ze moeten geboren zijn binnen een wettig huwelijk;
3. ze moeten Nederlands-hervormd zijn.

Dit betekent dat onechte kinderen en kinderen van een andere gezindte niet opgenomen worden binnen het weeshuis.

Als de wees bezittingen heeft als hij opgenomen wordt dan krijgt hij die op zijn twintigste jaar terug. De eventuele rente blijft in het bezit van het weeshuis.
Als de wees voor zijn twintigste jaar overlijdt in het weeshuis dan zijn de bezittingen voor het weeshuis. Als een nabestaande aanspraak wil maken dan moet hiervoor jaarlijks een bedrag worden betaald naar gelang het aantal jaren die in het weeshuis zijn genoten.

Pas in 1859 worden deze regels aangepast. Vanaf dat moment mogen ook onechte kinderen en kinderen van een andere gezindte worden aangenomen.

Dit gaat niet van harte. De rooms-katholieke wezen worden bijvoorbeeld bij pleeggezinnen ondergebracht.


Het bestuur stelt een binnenvader, binnenmoeder, huishoudelijke assistente, naaister, kok, tuinman en huishoudelijke hulpen aan. Het stelt huisreglementen op, waarin bepaald word hoe laat er word opgestaan, wat voor kleding er gedragen word en wat er gegeten word. De weeskinderen moeten de binnenvader en binnenmoeder met Vader en Moeder aanspreken.

De leiding in het weeshuis is in handen van een binnenvader en een binnenmoeder. Eén van hen moest altijd in het huis aanwezig zijn.

De binnenvader heeft tot taak, de jongens op te voeden en voor te bereiden voor hun toekomstig werk. Gewoonlijk worden ze bij het bereiken van de twaalfjarige leeftijd bij een baas "ten ambacht gesteld", of ook wel buiten de stad in de leer gedaan.

De binnenmoeder heeft de zorg voor de meisjes, die bedreven moeten worden in allerlei huis- en naaiwerk.

Voor het onderwijs en de opleiding tot het ambacht wordt dus gezorgd. Afzonderlijke onderwijzers worden voor het weeshuis benoemd en een linnenmoeder, later naaijuffrouw, zorgt voor de opleiding van de meisjes in huishoudelijke vakken. De naaijuffrouw is intern en heeft met de binnenmoeder de taak om de vrouwelijke jeugd te vormen.
Ook de godsdienstige opvoeding wordt niet verwaarloosd.


Binnenvader Bauke Ronner en binnenmoeder Johanna van der Meulen


Ook in onze familie hebben enkele wezen in het Old Burger Weeshuis gezeten.

Elisabeth Tuinstra
Elisabeth is geboren op 13-01-1863 in Leeuwarden als dochter van Jitske Tuinstra. Haar moeder trouwt in 1866 met Andries van der Horst. Jitske overlijdt in 1874. Andries overlijdt in 1880.


Simon, Willem en Jacomina Tuinstra
Kinderen van Aitze Tuinstra en Baukje Boeyinga.
Simon is geboren op 14-04-1866. Overleden op 20-10-1887, 21 jaar oud.
Willem is geboren op 24-09-1868. Overleden op 21-09-1960, 91 jaar oud.
Jacomina is geboren op 03-12-1872. Overleden op 22-03-1893, 20 jaar oud.

Aitze overlijdt in 1873, Baukje in 1879.


Wypkje en Cornelis Tuinstra
Kinderen van Simen Tuinstra en Anna de Koe
Wypkje is geboren op 18-12-1888.
Cornelis is geboren op 22-11-1893.

Simen overlijdt in 1897, Anna in 1895.


Meer lezen:

- Old Burger Weeshuis te Sneek. Gedenkboek ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan. 1581-29maart-1931

- Bakker, G, B. van Haersma Buma, G.P. Karstkarel. Van Wezenzorg naar Stadsbelang. Het Old Burger Weeshuis te Sneek 1581-1981. (Osinga, 1981)

-


dinsdag 17 april 2012

Frans Tuinstra

In de Leeuwarder Courant van 20 december 1872 staat het volgende bericht:


SNEEK, 18 december

In de hedenavond gehouden vergadering van het departement Sneek der maatschappij tot Nut van ’t Algemeen is aan Frans Tuinstra, knecht van de firma A Veen en Zonen voor 50 jaren welbeproefde trouw vanwege de maatschappij de zilveren medaille uitgereikt.
Uit naam van het departement werd hem een getuigschrift en eene fraaije leuningstoel vereerd.


Frans is 17 jaar als hij tabakskerverknecht bij de firma A. Veen en Zoon wordt. Dit is een firma die handelt in koloniale waren.


Antonie Veen (1792-1872) drijft sinds 1816 een handel in Koloniale Waren aan het Leeuwenburg 13 te Sneek. Het pand is in 1841 gebouwd naar een ontwerp van Pieter Jentjes Rollema. De zaak breidt zich uit tot een fabriek met koffiebranderij, tabakskerverij etc. en later bakkerijgrondstoffen.

Broer Jan Veen sticht in 1829 in Koog aan de Zaan een Chocoladefabriek, en vestigt zich in 1855 ook op het terrein van A. Veen te Sneek.
Opvolger is Hendrik Veen (1821-1897), zoon van Antonie Veen. In 1900 wordt in de achtertuin van het pand Leeuwenburg 13 (aan de Grote Kerkstraat) een chocoladefabriek gebouwd. Hendrik Veen wordt opgevolgd door zijn nazaten, onder andere mevrouw Titia Veen (met compagnon T. Ferwerda). De zaak wordt rond 1950 opgeheven. De winkelinventaris komt terecht in het Openluchtmuseum te Arnhem.










Frans Teekes Tuinstra is geboren op 29-01-1805 in Sneek als zoon van Teeke Jetzes Tuinstra en Jikke Franzes Hoefnagel. Hij is gedoopt op 21-02-1805 in Sneek. Frans is overleden op 07-08-1877 in Sneek, 72 jaar oud.

Frans trouwde, 22 jaar oud, op 14-05-1826 in Sneek met Hiltje Eskes, 23 jaar oud, geboren op 10-09-1802 in Sneek als dochter van Sytse Martens Eskes en Trijntje Jurjens Krips. Zij is gedoopt op 23-09-1802 in Sneek. Hiltje is overleden op 25-06-1886 in Sneek, 83 jaar oud.

Kinderen van Frans Teekes Tuinstra en Hiltje Eskes:
1. Trijntje Tuinstra is geboren op 09-12-1827 in Sneek. Trijntje is overleden op 02-06-1898 in Zaltbommel, 70 jaar oud.
2. Ytske Tuinstra is geboren op 11-09-1830 in Sneek. Ytske is overleden op 04-09-1866, 35 jaar oud.
3. Teeke Tuinstra is geboren op 23-05-1833 in Sneek. Teeke is Overleden op 07-05-1904, 70 jaar oud.
4. Geertje Tuinstra is geboren op 01-05-1836 in Sneek. Geertje is overleden op 18-10-1843 in Sneek, 7 jaar oud.
5. Yttje Tuinstra is geboren op 22-11-1838 in Sneek. Yttje is overleden op 25-04-1890 in Sneek, 51 jaar oud.
6. Cornelia Tuinstra is geboren op 27-06-1841 in Sneek. Cornelia is overleden op 01-01-1851 in Sneek, 9 jaar oud.
7. Geertje Tuinstra is geboren op 05-08-1844 in Sneek. Geertje is overleden op 08-09-1844 in Sneek, 0 jaar oud.
8. Geertje Tuinstra is geboren op 06-09-1846 in Sneek. Geertje is overleden op 18-10-1887 in Sneek, 41 jaar oud.