woensdag 2 februari 2011

Ongelukje, invaliditeitspensioen, en dan?

In november 1989 staat het volgende artikel in Aanéén, het orgaan van de AbvaKabo.
Uilke Tuinstra krijgt een ongelukje tijdens een voetbalwedstrijd. Een speler staat gebukt op het veld. Uilke loopt achteruit, valt over de speler, en komt ongelukkig op het veld terecht. Een klein ongelukje met grote gevolgen. Voor hem, maar ook voor zijn gezin.

__

Hieronder volgt het interview:


Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar kan grote gevolgen hebben. Wat betekent het als het ongelukje leidt tot gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid? Procedures, keuring, een ander leven, een zeer geringe kans op aangepast werk en een uitkering: invaliditeitspensioen, de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ambtenaren in het ABP.

“Het is een recht om een financieel onafhankelijk leven te kunnen leiden als je wilt werken, maar het kan en mag niet omdat je een handicap hebt.” Uilke Tuinstra krijgt een invaliditeitspensioen. Al zestien jaar. Tweeëndertig was hij toen hij voor honderd procent werd afgekeurd wegens een zenuwaandoening na een ongeluk.
“Je kunt er van leven, afhankelijk natuurlijk van wat je hebt verdiend. Want de uitkering wordt gebaseerd op het salaris dat je hebt verdiend één jaar voor je arbeidsongeschiktheid. Maar het wordt nooit hoger. De regering heeft er wel voor gezorgd dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering lager is geworden.”

In 1985 heeft het tweede kabinet Lubbers het maximale uitkeringspercentage voor de Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO) verlaagd van 80 naar 70 procent van het laatstverdiende salaris bij honderd procent arbeidsongeschiktheid.
Het invaliditeitspensioen wordt berekend naar de mate van invaliditeit (de invaliditeitsgraad). Om dat vast te stellen is een keuring nodig. Die kan zowel de werkgever als de werknemer aanvragen. Het is mogelijk dat na de keuring wordt vastgesteld dat betrokkene gedeeltelijk nog in staat is werk te verrichten. Dan wordt ook het uitkeringspercentage aangepast (lager) aan de invaliditeitsgraad. Werknemers zijn wettelijk verplicht aan de keuring mee te werken. Het is wel mogelijk om een herkeuring aan te vragen.

Keuring
De keuringen zijn doorslaggevend bij het bepalen van het uitkeringspercentage voor het invaliditeitspensioen. “De ervaringen met keuringen zijn nogal wisselend,” zegt Uilke Tuinstra. “Aan de ene kant worden mensen nogal gemakkelijk arbeidsongeschikt verklaard. Aan de andere kant hebben verschillende mensen ook heel vreemde ervaringen met de manier waarop door sommige artsen gekeurd wordt.” Uilke Tuinstra werd nogal bot behandeld toen hij gekeurd moest worden. “Die keuringsarts deed alsof ik de zaak zat te bedonderen. Hij was nota bene orthopeed, een bottendokter, terwijl ik een zenuwaandoening heb. Er is bezwaar aangetekend tegen die keuring. De procedure is toen verder behandeld door mijn neuroloog. Dat is wel a zestien jaar geleden. Nu zijn de keuringen bij het abp beter.”

Snel
Zoveel moeite mensen kunnen hebben om afgekeurd te worden wegens arbeidsongeschiktheid, zo gemakkelijk kunnen andere werknemers afgekeurd worden als ‘het net zo uitkomt’. Vooral ingeval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gaat het herplaatsingsbeleid mank. “Dan is men nogal eens snel met afkeuren” weet Uilke Tuinstra. Hij zit namens de FNV in de adviescommissie van het Gewestelijk Arbeidsbureau Sneek. Het GAB biedt hulp aan werkzoekenden. “Maar men weet niet wat men met gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan moet. De werkloosheid is zo hoog, mensen met een handicap komen bijna niet aan werk. Om die reden komen ze ook nauwelijks voor scholing in aanmerking.”

Beperkt
De mogelijkheden voor gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaarde mensen om aangepast werk te vinden zijn ook uiterst beperkt. De overheid heeft een paar jaar geleden vol goede moed wettelijk vastgesteld dat de overheid en bedrijfsleven per 1 juli 1989 gemiddeld 5% minder valide werknemers in dienst zou moeten hebben. Dat percentage haalt men bij lange na niet. “Er zijn ook geen sancties,” reageert Uilke Tuinstra. “Werkgevers moeten gedwongen worden aan die 5 procent norm te voldoen, anders gebeurt het niet. Het enige wat je nu kunt doen is een ontslagaanvraag tegenhouden van iemand die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard. Als lid van de GAB-commissie is mij dat een paar keer gelukt op basis van procedurefouten.”
De arbeidsongeschiktheidswet wordt niet zelden gebruikt om mensen weg te bezuinigen. “Werkgevers, ook bij de overheid, oefenen zelfs druk uit om je maar af te laten keuren,” zegt Uilke Tuinstra. “Ik ken het geval van iemand die negen maanden na een hartinfarct van zijn arts weer voor 50 procent mag gaan werken. Hij was chef-kok in een bejaardencentrum. Die zeiden: ‘Je kunt over tien jaar met de VUT, wat zou je je nu nog druk gaan maken’. De man wilde gewoon werken. We zijn naar die werkgever gegaan en ze moesten hem uiteindelijk voor 60 procent in dienst houden.”

Actief kaderlid
Uilke Tuinstra is actief kaderlid in de AbvaKabo-groep Uitkeringsgerechtigden. Volgens hem is een van de belangrijkste doelstellingen voor verbetering van de positie van invaliditeitsgepensioneerden het uitkeringspercentage weer naar tachtig procent te brengen. Daarvoor kan de bond zich inzetten. “De bondsgelederen moeten meer doordrongen worden van het belang van rechtvaardige uitkeringen,” vindt Uilke Tuinstra. “In de bondsraad leeft het onderwerp nog te weinig. De vakbond is altijd een bond voor werkenden geweest. We moeten iets in die cultuur veranderen. We gaan de regionale groepen voor uitkeringsgerechtigden opzetten. Vergaderingen worden nu al goed bezocht. De mensen voelen zich tekort gedaan en krijgen gelegenheid hun onvrede kenbaar te maken.” Veel verwacht Uilke Tuinstra van de instelling van een eigen landelijk groepsbestuur (LGB) Uitkeringsgerechtigden. “Het LGB is gerechtigd om eisen neer te leggen, die de AbvaKabo-onderhandelaars in het overleg kunnen inbrengen. Dat geeft ons de mogelijkheid echt iets te bereiken.”
(Aanéén 27 november 1989)

Steven Tuinstra - verkeersborden

In de 'Kampioen', het stamblad van de ANWB, staat in september 1989 het volgende interview met Steven Tuinstra. Hij is een van de ontwerpers van de nieuwe verkeersborden die in maart 1990 werden ingevoerd in Nederland.





Nieuwe verkeersborden: onzijdigheid geboden



Onze verkeersborden zijn hopeloos verouderd. Er staan afbeeldingen op die volledig uit de tijd zijn. Zoals aftandse auto’s en fietsen uit het jaar nul. Het bord dat een voetpad aangeeft – opa met zijn jengelende kleindochter – is de grootste steen des aanstoots. Maar dat gaat allemaal veranderen. In maart 1990 komen er namelijk nieuwe verkeersregels. Ook de verkeersborden komen er anders uit te zien. Steven Tuinstra is één van de ontwerpers. Hij vertelt wat er verandert en wat blijft.

Met behulp van de computer hebben we 120 borden ontworpen. Daarbij waren we natuurlijk wel gebonden aan afmetingen en kleuren. We hebben bij het ontwerpen ook alvast rekening gehouden met internationale afspraken. Dat was soms best vervelend. Het waarschuwingsbord voor een spoorwegovergang konden we daardoor bijvoorbeeld niet moderniseren. Die ouderwetse stoomlocomotief blijft dus. Men is bang dat een moderne trein voor een tram wordt aangezien. Ook het nieuwe bord Woonerf is conform internationale afspraken. Jammer, want daar had ik graag iets anders van gemaakt.


Om discussies over emancipatie te voorkomen, hebben we alle mensfiguren onzijdig gemaakt. Op het bord Voetpad is geen mannelijke kinderlokker of jengelend meisje meer te zien. Het waarschuwingsbord Overstekende kinderen is ook een mooi voorbeeld. Het kleine meisje met de vlechtjes en de veel grotere jongen met de schooltas zijn nu onzijdige figuurtjes geworden. En de schooltas is verdwenen. De voertuigen op de andere borden hebben allemaal een face-lift ondergaan. Sommige zijn nòg symbolischer geworden. Zo heeft de fiets geen pedalen meer. Toch is die nieuwe fiets van grote afstand beter herkenbaar dan op het oude bord. De toon van de meeste nieuwe borden is anders, vriendelijker. Veel verbodsborden worden gebodsborden. Dat was wel nodig ook. Het oude bord Verboden links af te slaan heeft bijvoorbeeld nooit gedeugd. Het bord heeft een rode rand en dat betekent , dat het een verbod aangeeft. Maar er staat ook nog een schuine streep op en die geeft ook aan dat iets niet mag. Een dubbele ontkenning dus. Daarvoor in de plaats komt nu een blauw gebodsbord dat aangeeft dat men rechtdoor en rechtsaf mag gaan. Het bord verbiedt dus niets maar geeft aan wat we mag.


Enkele kleuren veranderen en oranje verdwijnt zelfs van de borden. Oranje vervaagt namelijk in de loop der jaren. Het nieuwe waarschuwingsbord voor vervoer van gevaarlijke stoffen wordt bijvoorbeeld rood en de borden die een voorrangsweg aangeven, worden geel. We zijn met de nieuwe ontwerpen in elk geval weer een stapje op weg naar een grotere uniformiteit.

Tot besluit herinnert Tuinstra zich nog een aardig detail: ‘De pijlen op de nieuwe verkeersborden zijn overgenomen van de ANWB-wegwijzers. Dat moet het beeld op de weg een stuk rustiger maken, althans voor wat de borden betreft.’
(Adriaan Huigen, Kampioen september 1989)

Cornelis Tuinstra

In het najaar van 1897 werd in opdracht van de voogden van het Old Burger Weeshuis te Sneek op een stuk grond tussen de Franekervaart en de Bolswarderweg begonnen met de aanleg van een Volkspark.

Het ontwerp voor het park was van de tuinarchitect Gerrit Lambertus Vlaskamp, die een duidelijke keuze maakte voor de Engelse landschapsstijl. Het ontwerp is de loop van de ruim honderd jaren dat het park bestaat, nauwelijks veranderd. Dit was aanleiding voor de minister om het in 1999 aan te wijzen als rijksmonument.

In 1898 werd het park officieel geopend. Ter gelegenheid van de inhuldiging op 31 augustus 1898 van Koningin Wilhelmina werd het naar haar genoemd.

Bij de feestelijke openingsplechtigheid werd een speciale Wilhelminalinde geplant. Naast de linde werd een gedenksteen geplaatst, die nog steeds in het park aanwezig is.

In aanwezigheid van 1700 schoolkinderen en de wezen van het Old Burger Weeshuis werd door de vierjarige Cornelis Tuinstra een oorkonde in een loden koker in de steen gelegd.
De kleine Kees Tuinstra viel deze eer te beurt omdat hij de jongste wees van het Old Burger Weeshuis was.


__

Niet elke wees kwam in een weeshuis en zeker niet elke wees kwam in het Burgerweeshuis terecht. De weeshuizen zaten over het algemeen vol en de verzorging van de wezen was sober zo niet karig, maar toch was de plaatsing in een weeshuis in veel gevallen de enige optie.
Het Burgerweeshuis was alleen voor Nederlands-Hervormde wezen bestemd. Daar zat in zekere zin een elite. Vaak brachten de kinderen wat geld mee. En stierf een Burgerwees te zijner tijd kinderloos, dan erfde het Weeshuis. Het Burgerweeshuis bezat huizen, landerijen, boerderijen. Het Burgerweeshui was rijk. Maar de wezen werden niet met luxe omringd. Het mocht dan wel een elite zijn, de meeste kinderen waren van eenvoudige komaf.
Bij vertrek uit het weeshuis werd afgerekend. Het beheer van de gelden werd aan de vetrekkende wees overgedragen en hij/zij kreeg een uitzet mee van linnengoed en bovengoed, een pet, een hoed en schoenen, ter waarde van vijftig gulden. Dat was een mooi bedrag, waar een arbeider twee maanden voor moest werken. De meisjes werden opgeleid tot dienstbode of iets dergelijks. De jongens kregen een vakopleiding.

__

Cornelis Tuinstra werd geboren op 22-11-1893 in Sneek als zoon van Simen Tuinstra en Anna de Koe. Hij heeft nog in de gemeente Wormer gewoond. Daarna ontbreekt elk spoor.

zondag 16 januari 2011

Zit het in de genen?


In mei 2010 word ik gebeld door mijn vader: "Of ik zin heb in een dubbelinterview?" De AbvaKabo zoekt voor een blaadje van hen ouders en kinderen die lid zijn van de vakbond. Een paar dagen later word ik gebeld door Annet Stuurman. Zij is redacteur van een aantal blaadjes van de AbvaKabo.
Ik zou gebeld worden op een maandagvond rond 8 uur. Ik wachten, maar er belt niemand. De volgende dag bel ik mijn vader op en hij zegt dat hij de avond ervoor gebeld is. Het wordt bij nader inzien toch geen dubbelinterview. Ik zal op een andere avond worden gebeld. Hij zegt wel dat het een geanimeerd gesprek was dat bijna een uur heeft geduurd.
Een week later word ook ik gebeld. Het is inderdaad een geanimeerd gesprek. Het duurt bijna een half uur. De interviewster, Jeanne Hoogers, zegt dat het enthousiasme waarmee ik vol passie over mens en maatschappij praat wel bijna in de genen moet zitten.


Voor het interview moeten ook foto's gemaakt worden. Er komt een professionele fotograaf uit Hengelo. Eric Brinkhorst maakt een afspraak en hij komt bij mij langs op een woendagmiddag. Hij maakt enkele mooie foto's van mij en mijn vader.

Nou maar wachten op het resultaat.

Goh, valt dat even tegen. Het is wel erg kort, maar de essentie komt wel over.




Het interview met Uilke en Erwin Tuinstra

Vader en zoon Tuinstra zijn allebei lid van AbvaKabo FNV. Beiden zijn meteen bij hun eerste baan lid geworden en daarna altijd lid gebleven. Zit het in de genen of is er een andere verklaring?

"Ik heb dat misschien van huis meegekregen"

Vader Uilke Tuinstra kreeg zijn eerste baan toen hij 15 was. "Dat was vlak na de oorlog. Mijn vader had het kamp overleefd en ik moest inspringen als oudste. Dus voor mij was het werken en 's avonds stap voor stap nog wat diploma's halen. Ik kom uit een rood nest. Toen ik begon met werken zei mijn vader: dan word je lid van de bond."


Zoon Erwin kreeg de kans om eerst een opleiding te volgen. In zijn eerste zaterdagbaantje, als postbesteller, kreeg hij meteen te horen dat hij maar lid moest worden van de bond, want de anderen waren het ook. "Ik was toen 19. In die tijd was de PTT bezig met de omschakeling naar verzelfstandiging. Voor het personeel een spannende tijd. Dus ik ben niet gestuurd door mijn vader."

Voor jezelf of voor elkaar
"Maar ik heb dat misschien wel van huis meegekregen", gaat hij verder. "Solidariteit vind ik nog belangrijk. Als je zelf ergens lid van bent, dan werken mensen voor jou. Ben je geen lid, dan ben je eigenlijk aan het profiteren van wat anderen doen." Vader Uilke besteedt als vrijwilliger een groot deel van zijn tijd aan de vakbond. "Ik heb altijd het beste uit mezelf willen halen. Na een ongeluk kon en mocht ik niet meer werken. Dan tel je ook niet meer mee. Ik ben me voor de vakbond gaan inzetten en lange tijd vice-voorzitter geweest van de sector uitkeringsgerechtigden. Ook voor mij persoonlijk was dat een uitkomst, want zo kon ik toch heel veel doen en meemaken."

Volgende generatie
Erwin komt, op weg naar zijn werk, elke dag langs het kantoor van zijn vakbond. "Er is wel eens een tijd geweest dat ik het leuk zou hebben gevonden om betaald bij de bond te werken. Maar ik ben niet aangenomen. Ik werk al lang en met veel plezier bij dezelfde werkgever, alleen heeft dat als nadeel dat men niet zo goed ziet dat je ook dan veel leert en je ontwikkelt."
Hij is zelf vader van jonge kinderen. "Ik leer ze dat je niet alles zomaar vanzelf krijgt. Dat het waardevol is om ergens naar toe te werken." Uilke heeft als vakbondsvrijwilliger veel contact met jongeren, hij leert weer van hen. "Jongeren maken zich druk over sociaal onrecht. Maar ze denken nog echt niet na over AOW of cao. Jongeren kijken naar de wereld. Daar moet de vakbeweging haar rol nemen en zich laten zien."

dinsdag 28 december 2010

Lachen op de foto

Waarom is men gaan lachen op de foto? Op een schilderij lacht men immers ook niet. In de portretgeschiedenis laten de meeste portretschilders hun modellen ernstig kijken. Verre voorouders geven hoogstens een glimlach weg,

In de vroege fotografie is het niet anders. Voorouders kijken je ernstig aan, vanuit de jaren twintig en dertig. Ze staan naast een zuil, met een boek in de hand en kijken alsof hun leven ervan afhangt.
Een portretfoto is tot ver in de twintigste eeuw als een schilderij: je laat het nageslacht zien dat je karakter hebt, dat je een moreel evenwichtig mens bent; en die is ernstig.
Pas in de jaren vijftig verandert het ineens: lach naar het vogeltje, zo klonk het, laat zien dat je vrolijk bent, en laat die tanden zien, anders lijk je zo gesloten.

Wanneer de eerste lachende portretfoto is gemaakt? Moeilijk te zeggen. maar het feit is dat na de Tweede Wereldoorlog lachen op portretfoto's ineens de norm wordt. Uit de VS kwamen de lachende modellen op tijdschriftreclames, en de opvoedkundige plaatjes die het kerngezin als immer lachende hoeksteen van de samenleving tonen.

De portretlach is, met ander woorden, op hetzelfde moment opgekomen als Elvis, Superman en milkshakes. De portretlach weerspiegelt een nieuwe manier van hoe je herinnerd wilt worden door het nageslacht: niet waardig, deftig of karaktervol, maar vlot en onbezorgd. De lach op de pasfoto hoort bij de tijd dat ook bruinverbrand en spiermassa belangrijk zijn. Een goed mens is ineens een vrolijk, makkelijk en gezond mens.

Natuurlijk is het toeval, dat hij juist ny weer op het paspoort vedrwijnt. Maar wel veelbetekend: op het moment dat niemand nog wil aankomen met 'Amerikaanse waarden', wordt er ook niet meer gelachen op de identiteitskaart. Het is weer tijd voor ernst.

Het is voorbij; al die jaren waarin altijd gelachen moest worden. Jaren waarin fotografen zelfs flauwe grappen maakten om de onwilligen toch maar de mondhoeken op te laten trekken, en liefst de tanden te laten ontbloten.

Klik hier voor de eisen die aan de nieuwe pasfoto worden gesteld.

donderdag 23 december 2010

Tuinstra in boeken - 3

Surrogaten voor Murk Tuinstra

In Murk Tuinstra heeft Anton Wachter eindelijk de boezemvriend gevonden die hij zocht, al is de jongen dan soms een beetje te bangelijk naar zijn zin. Anton is dan ook geschokt als hij hoort dat Murk naar Amsterdam gaat verhuizen. En al zegt Murk dat ze kunnen schrijven en elkaar in de vakanties op kunnen zoeken, Anton voelt zich in de steek gelaten.

Om het gemis van Murk te compenseren, gaat Anton andere vrienden zoeken. De eerste is Willem de Weerd, maar deze heeft wat teveel vervelende en vieze trekjes naar Anton’s smaak. Hij blijft dan ook niet lang een surrogaat.
Anton’s nieuwe vriend wordt Dirk Touraine, het zoontje van de plaatselijke dokter. Dirk heeft vrij chique gewoontes qua spraak, maar blijft toch een echte jongetje. Maar ook deze vriendschap is slechts van korte duur. De moeder van Dirk zegt een keer iets tegen Anton wat verkeerd valt en ook Dirk zelf valt tegen.

In de vakantie merkt Anton weer dat zijn beste vriend toch Murk blijft en de rest van de jongens die hij kent surrogaten blijven. Toch blijft hij op zoek naar de perfecte surrogaat. Een nieuwe vriendschap zoekt Anton tussen de sporters. Hoewel Anton kort van adem is en niet erg sportief, heeft hij toch een grote belangstelling voor sport. Dit begint bij het bokspringen en kaatsen, later volgt het voetballen. Tussen deze sporters vindt Anton nieuwe surrogaten: Jelle Mol behoort hier ook toe. Jelle is een stevige jongen die goed kan rijmen en ook graag meedoet aan allerlei sporten. In eerste instantie lijkt Jelle aan Anton zijn kant te staan, maar al snel blijkt hij een vervelende treiteraar en stoot Anton hem af. Anton houdt zich nu een beetje oppervlakkig wat betreft vriendschappen en richt zich helemaal op de sport.
Hij voelt zich aangetrokken tot voetbal, maar wordt niet aangenomen door de plaatselijke voetbalclub van jan van Breedevoort: "Eendracht". Daarom besluit Anton om zelf maar een voetbalclub op te richten. Hij smeekt zijn ouders om een mooie voetbal en krijgt die ook. Voetbalclub "Excelsior" is geboren. De spelers die Anton aantrekt –waaronder ook Jelle Mol- blijken helaas niet in staat om een goed team te vormen. Gelukkig kondigt Jan van Breedevoort na een (voor Anton’s team) ongunstige wedstrijd aan zich met zijn team bij "Excelsior" te voegen. Anton leeft in euforie, hij heeft eindelijk bereikt wat hij wilde: hij is populair en geliefd bij alle jongens van zijn jaar. De euforie is niet van lange duur. Nog geen dag na de eenwording van "Eendracht" en "Excelsior" vertellen Anton zijn ouders hem dat hij niet meer mag voetballen. De dokter uit Amsterdam heeft hen verteld dat Anton’s gezondheid te zwak is om een dergelijke sport te beoefenen. Zo wordt Anton zijn droom verstoort door zijn eigen ouders. De voetbalclub, die afhangt van Anton zijn bal, wordt nu ook ontbonden. Anton zijn pas verworven prestige is dus volledig
verdwenen.

Nieuwe surrogaten zoekt Anton tussen de vechters. In Jules Salomon lijkt Anton een echte goede vriend te hebben gevonden. Jules is een Joodse jongen, tot dusver nog zonder vrienden, die toch vele aantrekkelijke kanten heeft.
Jules ontpopt zich al snel als een goede vechter en met hem naast zich lijkt Anton iedereen aan te kunnen. Van zijn ouders keert Anton zich steeds meer af, ze stellen hem teleur. Jules is bovendien erg ruw tegenover zijn moeder en zusje en dit gedrag neemt Anton over. Omdat Jules toch een ijverige student lijkt hebben de ouders van Anton niks tegen op de jongen. Anton zijn schoolresultaten gaan wel steeds verder achteruit, tot groot verdriet van zijn ouders.

Samen met Jules maakt Anton een paar vechtpartijen mee, zoals de "schooloorlog". Bij de laatste vechtpartij gaat het echter mis: Anton voelt geen drift en kan dus ook niet meevechten. Jules is hier kwaad over en wil Anton niet meer spreken.

Anton’s schoolresultaten gaan nog verder achteruit, van vijf onvoldoendes gaat hij naar zes onvoldoendes en hoewel het eerst iets beter lijkt te gaan blijft hij toch zitten. Met zijn eindrapport durft Anton niet naar huis en hij besluit wat door de stad te gaan zwerven. Er is net kermis in de stad.
Doelloos zwerft Anton wat rond. Het wordt al maar later en opeens neemt Anton een besluit: hij zal van huis weglopen en zich bij de kermis aansluiten. Niet lang na dit besluit ziet Anton Jules lopen. Hij wenkt hem en vertelt hem van zijn plannen. Jules had immers al eens eerder wegloopplannen gehad. Jules, allang niet meer boos, sluit zich bij Anton aan. Samen melden ze zich aan bij een kermisbaas, vastbesloten om een nieuw leven te gaan leiden. Wat ze niet weten is dat de kermisbaas de politie heeft gewaarschuwd. Niet veel later komt Anton’s vader zijn zoon ophalen.

Eenmaal thuis krijgt Anton meteen zijn straf, zij het op een beetje een vreemde manier. Anton’s vader heeft namelijk een longontsteking opgelopen, al dan niet van de kou die hij gevat heeft toen hij Anton zocht. Niet veel later overlijdt de man. Anton voelt zich erg schuldig en doet opeens erg hard zijn best op school. Zo hard dat hij in de zesde klas een soort vooropleiding van de HBS doet -de droom van Anton’s vader was om Anton op de HBS te krijgen-. Hoewel Anton dus eindelijk een "vlijtige leerling" wordt lijkt de jongen aan het einde van het boek alleen maar stilletjes en teneergeslagen, waarschijnlijk door het schuldgevoel dat hij heeft over de dood van zijn vader.

__


Deze roman van Simon vestdijk speelt zich af in Harlingen. Van onze familie is er ook een tak naar Harlingen gegaan. Er komt geen Murk in de familie voor.

I. Pieter Tuinstra is geboren op 24-02-1857 in Sneek, zoon van Anne Tuinstra en Nieske Dijkstra. Pieter is overleden op 25-04-1933 in Harlingen, 76 jaar oud.
Pieter trouwde, 26 jaar oud, op 27-05-1883 in Sneek met Grietje Groeneveld, 24 jaar oud. Grietje is geboren op 29-03-1859 in Sneek, dochter van Pieter Groeneveld en Antje Kuipers. Grietje is overleden op 05-04-1943 in Leeuwarden, 84 jaar oud.

Kinderen van Pieter en Grietje:
1. Pieter Tuinstra is geboren op 25-08-1884 in Harlingen, zoon van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Pieter is overleden op 27-03-1948 in Franeker, 63 jaar oud.
Pieter trouwde, 26 jaar oud, op 10-08-1911 in Harlingen met Reintje Rodenhuis, 25 jaar oud. Reintje is geboren op 07-02-1886 in Harlingen, dochter van Klaas Rodenhuis en Grietje Molenaar. Reintje is overleden op 25-05-1975 in Leeuwarden, 89 jaar oud.

2. Anna Tuinstra is geboren op 14-01-1886 in Harlingen, dochter van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Anna is overleden op 03-09-1960 in Den Haag, 74 jaar oud.
Anna trouwde, 25 jaar oud, op 08-05-1911 in Harlingen met Pieter de Roos, 23 jaar oud. Pieter is geboren op 26-12-1887 in Franeker, zoon van Auke de Roos en Aaltje van der Woude. Pieter is overleden op 19-10-1950 in Leeuwarden, 62 jaar oud.

3. Anne Tuinstra is geboren op 16-11-1887 in Harlingen, zoon van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Anne is overleden op 14-08-1965 in Wommels, 77 jaar oud.
Anne trouwde, 25 jaar oud, op 22-05-1913 in Harlingen met Gepke Schuil, 24 jaar oud. Gepke is geboren op 11-11-1888 in Harlingen, dochter van Jan Uilkes Schuil en Pietje Willems Holmans. Gepke is overleden op 04-11-1966 in Wommels, 77 jaar oud.

4. Sjoukje Janna Tuinstra is geboren op 27-10-1889 in Harlingen, dochter van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Sjoukje Janna is overleden op 31-03-1956 in Huizum, 66 jaar oud.
Sjoukje Janna trouwde, 26 jaar oud, op 11-11-1915 in Harlingen met Jacob Douma, 24 jaar oud. Jacob is geboren op 13-12-1890 in Dokkum, zoon van Pieter Douma en Ietje Rosier. Jacob is overleden op 02-01-1986 in Heerenveen, 95 jaar oud.

5. Uilke Tuinstra is geboren op 04-12-1892 in Harlingen, zoon van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Uilke is overleden op 21-05-1971 in Olst, 78 jaar oud.
Uilke:
(1) trouwde, 27 jaar oud, op 11-08-1920 in Wildervank met Anje Baas, 22 jaar oud. Anje is geboren op 11-08-1898 in Onstwedde, dochter van Jurrien Baas en Adriana Knevelbaard. Anje is overleden op 17-07-1956 in Winterswijk, 57 jaar oud.
(2) trouwde, 65 jaar oud, op 23-07-1958 in Winterswijk met Maria (Mies) Koelewijn, 51 jaar oud. Mies is geboren op 04-08-1906 in Bunschoten, dochter van Peter Koelewijn en Fenna Schuil. Mies is overleden op 23-01-2005 in Bunschoten, 98 jaar oud.

6. Niesje Tuinstra is geboren op 17-07-1896 in Harlingen, dochter van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Van de geboorte is aangifte gedaan op 18-07-1896. Niesje is overleden op 05-05-1977 in Delft, 80 jaar oud. Niesje trouwde, 25 jaar oud, op 15-08-1921 in Harlingen met Jacob Poort, 26 jaar oud. Jacob is geboren op 18-05-1895 in Harlingen, zoon van Jan Poort en Froukje Duman. Jacob is overleden op 28-10-1941 in Leeuwarden, 46 jaar oud.

7. Jan Tuinstra is geboren op 22-01-1900 in Harlingen, zoon van Pieter Tuinstra en Grietje Groeneveld. Jan is overleden op 06-08-1986 in Terwispel, 86 jaar oud.
Jan trouwde, 23 jaar oud, op 23-08-1923 in Harlingen met Henderika Sjoerdtje Rinske (Rie) Wijnia, 22 jaar oud. Rie is geboren op 07-01-1901 in Bolsward, dochter van Jan Wijnia en Elsje Willems. Rie is overleden op 14-07-1992 in Bergum, 91 jaar oud.

vrijdag 10 december 2010

Uilke Hylkes

Uilke Hylkes is geboren in 1690 als zoon van Hylcke Hiddes en Renck Lolckes. Uilke Hylkes is overleden in 1762 in Oosthem, 72 jaar oud.
Uilke Hylkes trouwde, 30 jaar oud, in 1720 met Antje Hilles, 30 jaar oud, geboren in 1690 als dochter van Hille Taconides en Bauck Ulbes Foekema. Antje Hilles is overleden in 1762 in Abbega , 72 jaar oud.

Kinderen van Uilke Hylkes en Antje Hilles:
1. Baukjen Uilkes is gedoopt op 11-07-1723 in Abbega. Baukjen Uilkes is overleden in 1735, 12 jaar oud.
2. Taeke Uilkes is geboren in 1724 in Oosthem. Hij is gedoopt op 22 oktober 1724 in de Nederlands-Hervormde Kerk in Oosthem. Taeke Uilkes is overleden op 19 juli 1798 in Sneek, 73 jaar oud.
3. Lolcke Uilkes is gedoopt op 09-02-1727 in Abbega. Lolcke Uilkes is overleden na 1749.
4. Fedde Uilkes is gedoopt op 06-11-1729 in Oosthem. Fedde Uilkes is overleden na 1749.
5. Ulbe Uilkes is geboren in 1732 in Oosthem. Hij is gedoopt op 01 juni 1732 in Oosthem. Ulbe Uilkes is overleden na 1765.
6. Baukjen Uilkes is geboren in 1735 in Abbega. Zij is gedoopt op 30-01-1735 in Abbega. Baukjen Uilkes is overleden in 1801, 66 jaar oud.



Uit de quotisatiegegevens van 1749 blijkt dat Uilke Hylkes in Oosthem woont. Zijn beroep is “gemene boer”, d.w.z. dat hij het land moest delen met anderen, of hij behoorde tot de lagere volksklasse.
Het gezin bestaat uit 5 kinderen ouder dan 12 jaar. Het gezin werd aangeslagen tot het aantal van 30 caroliguldens.
Het geldstelsel uit die tijd leek sterk op het stelsel dat tot voor kort in Engeland in gebruik was. Men rekende in guldens, stuivers en penningen. Een stuiver had de waarde van zestien penningen, terwijl de caroligulden - genoemd naar Karel V – 20 stuivers waard was.


Taeke Uilkes is geboren in 1724 in Oosthem als zoon van Uilke Hylkes en Antje Hilles. Hij is gedoopt op 22 oktober 1724 in de Hervormde Kerk van Oosthem.

Taeke is de eerste persoon in de familie waarvan de nakomelingen de naam Tuinstra dragen.


Het merkwaardige feit doet zich voor dat niet alle kinderen van Uilke Hylkes en Antje Hilles dezelfde achternaam kiezen. De nakomelingen van Ulbe Uilkes kiezen voor de naam Wiersma. Dit is dezelfde achternaam als die van de man van Baukjen Uilkes. Zij is namelijk getrouwd met Pieter Rienks Wiersma.